Nieuws, events en agenda

Category Archives: Foodpersonality

De nieuwe stads-Coop in Amersfoort

In hartje Amersfoort heeft Coop vorige maand een soort ‘stads-Coop’ geopend, in het pand waar voorheen een Albert Heijn gevestigd was. Albert Heijn is verhuisd naar een grotere winkelruimte verderop, waar meer parkeermogelijkheden zijn. We kennen de Coop-supermarkten, de kleine vari­ant Coop Compact en bijna twee jaar nu de grote- stadsvariant Coop Vandaag (twee in Rotterdam). Deze Coop is geen Coop Vandaag, maar ook geen reguliere Coop-supermarkt. Hij zit zo’n beetje tus­sen die laatste twee in. Bijvoorbeeld qua formaat. (Qua openingstijden niet: van 8 uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Dat is zoals het een grotestads- super betaamt.)

Bij binnenkomst loop je eerst links tegen een tafel aan met broodjes, koeken en kaasstengels; de afdeling ‘vers gebakken’, met taart, gevulde koeken, stokbrood, broodjes en brood. Daarnaast ‘de keuken, zoals we dat van Coop Vandaag al kenden. Met de aanduiding ‘lekker en snel’, waar prominent de versbelegde broodjes klaarliggen, maar ook salades gemaakt worden en waar je verse hangop kunt tappen, met een topping van fruit of muesli. De hangop wordt geleverd met een lepeltje, de salade met bestek. Verder een groot koffiemeubel waar je bonenkoffie van DE in meeneembekers kunt tappen. En interessante combideals (ook een element uit Coop Vandaag): voor € 1,00 heb je een cappuccino, thee of warme Chocomel met een appelflap, gevulde koek, crois­sant of muffin. De impulskoeler die ik eerder bij Coop Vandaag zag (met de ijskoffie en sapjes), staat daarachter, maar valt wat weg bij de promi­nente yoghurttap. We zien: alle varianten koffie voor € 0,50, broodjes € 3,00, de lunchsalade € 2,50 en de hangop voor € 2,00. Het moet allemaal aantrekkelijk geprijsd zijn. Om half vijf ‘s middags verandert de broodjes- corner in een maaltijdenafdeling: met Italiaanse, Hollandse en oosterse maaltijden uit de keuken. Om de klant eraan te laten wennen, zien we ook hier weer korting: € 3,99 i.p.v. € 5,00. Volgens de uitleg van de medewerker achter de counter: op je bord leggen, paar minuutjes warm maken in de magnetron en klaar.

Pas dan kom ik in het traditionele supermarkt- gedeelte, met agf, vlees/vis etc. en dkw. Bij Coop Vandaag in Rotterdam was vers vooral gericht op kleine huishoudens: los verkochte agf en vlees verpakt in porties voor één of twee personen. Maar hier is agf veelal voorverpakt in hoeveelheden voor een heel gezin en bij vlees zie ik ook meer gezins- producten, zoals runderlappen en een aanbieding voor vijf schnitzels. Kortom, Coop verwacht dat de doelgroep van deze winkel meer uit traditionele gezinnen bestaat dan uit een- of tweepersoonshuis­houdens. Een van de paradepaardjes van Coop, het ‘Wat eten we vandaag?’-meubel, met een recept en alle ingrediënten voor deze maaltijd, komt in deze winkel niet echt uit de verf. Tegengesteld aan de looprichting, moet de andijviestamppot met gehaktbal de koeling delen met aanbiedingen van aardappeltjes en gesneden groente. De dkw omvat meer dan een Coop Vandaag, maar minder dan een Coop-supermarkt. Alles is ver­krijgbaar, waarbij de wijn er uitspringt; een wijn­schap, ook die mooie lichte houten kistjes en een koeling van twee meter met witte wijnen. Ook is er nog ruimte gevonden voor een groot schap met biologische artikelen o.a. Smaakt en Bio Today.

Bij de uitgang: twee zelfscankassa’s, twee gewone kassa’s en de servicebalie. Achter de servicebalie zie ik een piepkleine slijterij en ik zie een ov- chipkaartlader, een pinautomaat, een pakketdienst van PostNL, een magnetron en een tap met gratis water. Aan het raam een barretje en barkrukken om te pauzeren met je hapje of drankje. Daar vind ik ook een bestelformulier. Lunch of diner, ‘vers in eigen keuken bereid’, bestemd voor vooral de kleine zakelijke klant. Je kunt aankruisen welke broodjes, salades of maaltijden je wilt, naam en telefoonnummer invullen en klaar. Afhalen in de winkel.

Het is een echte mandjesklantenwinkel. Ik heb weliswaar welgeteld één klant met een winkelwa­gen gezien, afgezien van iemand van de technische dienst, die een winkelwagen ook handig vond voor zijn gereedschap. De rest had allemaal of een mandje, of helemaal niets. Je weekboodschappen doe je hier niet, al was het maar omdat je niet met je wagentje naar je auto kunt lopen. De parkeerga­rage is 100 meter verderop.

Aanvankelijk vreesde ik dat deze Coop op twee ge­dachten hinkt: de passant voor out of home-artike- len en de boodschappenklant. Op twee gedachten hinken is doorgaans riskant, op het laatst sta je dan met lege handen. Maar nee, het is in deze Coop best druk. Op verschillende tijdstippen. Dat weet ik, omdat het in Amersfoort is, waar ik woon. Zodoende ben ik deze Coop al een paar keer binnengelopen, op wis­selende tijdstippen. Gezien de verstedelijking en de toename van kleinere huishoudens is het niet gek dat heel wat formules aan ‘stadsvarianten’ sleutelen. Coop is ze­ker niet de enige die hiermee experimenteert; denk aan Spar-varianten, AH To Go, die ene kleine Dirk in Amsterdam, de cityvariant van Jumbo tot nu toe in Groningen etc. Zeker weet ik het niet, maar het lijkt erop dat Coop deze variant al redelijk uitgekristalliseerd heeft, ondanks dat dit hier dan geen Coop Vandaag mocht heten. Alle keren dat ik er binnen ben geweest, was het er druk genoeg om me het gevoel te geven dat deze Coop goed draait hier. ■

Heidi Klum-kleren bij Lidl

Vorige maand (de start was in week 38) bood Lidl een kledingcollectie van Heidi Klum aan, beroemd fotomodel en jurylid in (buitenlandse) tv-programma’s als ‘Next Topmodel’ en ‘America’s Got Talent’. Op maandagochtend 18 september gingen de deuren van de Lidls open met die kledinglijn in het assortiment (zie ook blz. 40 e.v. in deze FoodPersonality).

Ik ben rond de lunch in twee Lidl-filialen gaan kij­ken. Want wie koopt nou kleding bij een discoun­ter? Een fleecetrui of kinderpyjama, prima, maar mode? En wat doet zoiets voor Lidl?

Nou, dames, het was oorlog bij de stortbakken. Meiden, dames en oude dametjes, allemaal in de graaimodus. Ik was eigenlijk al te laat. Om 8.00 had er een rij voor de deur gestaan, om 10.00 wa­ren de populairste items en maten al uitverkocht. Heidi Klum werkte in deze campagne met Lidl samen. De lancering was tijdens de New York Fashion Week, waarna de collectie wereldwijd in meer dan 12.000 Lidl-winkels en online verkocht werd. Klum ontwierp haar collectie exclusief voor Lidl. Althans, volgens de campagne. Het kan net zo goed een team zijn dat van alles en nog wat doet ‘achter het merk Klum’, dat weten we niet. De col­lectie omvatte maar liefst 85 items. Van blouses tot broeken, van hoodies tot bomberjacks, poncho’s, tassen, trenchcoats, minirokken, pumps, laarzen, broeken, blazers, jurkjes, alles in kobaltblauw, cognacbruin, goud, zwart, wit en panterprint. De prij­zen? Van zeven tot twintig euro; alleen het leren bikerjasje kostte vijftig euro. De kwaliteit? Ach, het is ‘fast fashion’, zoals we dat kennen van H&M (dat enkele jaren geleden Lidl voorging doordat onder andere modekoning Karl Lagerfeld een tijdelijke en exclusieve collectie leverde) en Primark, mode voor een prikkie, maar we hebben het dan wel over stoffen als viscose en zo.

De collectie lag dus in stortbakken, zoals we dat van Lidl gewend zijn, mét het nodige p.o.s.- materiaal. Bij de grote Lidl in Huizen zag ik een opvallende poster van ongeveer 3 bij 2 meter, met vijf modellen in panterprint en de campagne- slogan #letswow op een felgele Lidl-achtergrond. Buiten een stoepbord met een soortgelijke poster. Daarnaast displaykaarten boven de bakken, waar­aan een kledingstuk op een haakje hing, bij wijze van demomodel. Op de bakken hingen platen, met ‘Fashion Week’ en ‘uit de folder’.

Niet alle Lidls zullen er zo uitgezien hebben, denk ik. In een Lidl bij mij in de buurt waren er wel platen vooraan de bakken bevestigd, maar de displaykaarten waar een showmodel aan moest hangen, waren een groot wit leeg vlak. Ook geen reusachtige poster. Dan ziet het er dus uit als grote grabbelbakken.

Daar trokken de klanten zich niets van aan, die vochten om de juiste maat. De meeste kleding was inmiddels uit de doosjes getrokken, voor de medewerkers zal het een onwennig wedstrijdje kle­ding opvouwen en opnieuw stapeltjes maken zijn geweest. Ook online kon je de hele collectie bestel­len. Ook daar moest je snel bij zijn: vijf dagen na de lancering was de collectie niet meer zichtbaar of verkrijgbaar op de site van Lidl.

Onder andere H&M ging Lidl als gezegd voor met collecties van topontwerpers, maar ja, H&M zit al in kleding. Lidl staat niet bekend als ‘fashionformule’. Maar de aanpak zat goed in elkaar: gezien de modehonger van de aanwezige klandizie een aan­sprekende collectie, gepromoot door een topmo­del, op een discountprijsniveau, wereldwijd, en met de nodige publicitaire aandacht. Allemaal goed voor de kassa-aanslag, voor de traffic building en voor het imago zal het ook vast goed zijn.

‘Ja maar’ : in een Lidl kun je niet passen. Klopt. Een jasje en een pump natuurlijk wel, maar een broek…

Dus als gevolg: veel retouren? Nou, dat valt wellicht mee: weliswaar kan de klant kleren tot negentig dagen terugbrengen, maar naderhand merkte ik met een beetje zoeken dat kopers de kleren die niet goed zaten, weer op Marktplaats, Ebay etc. aanboden (zelfs voor een hoger bedrag dan waar ze het voor gekocht hadden!).

Bovendien, ik heb de indruk dat Lidl doorgaans bovengemiddeld veel mannen als klant heeft, die hechten klaarblijkelijk minder waarde aan het ui­terlijk van de winkel. (Het zou ook best voor Aldi kunnen gelden.) Als dat zo is, heeft Lidl met deze Heidi Klum-collectie – al is het maar tijdelijk – een goede beurt gemaakt bij vrouwen en dat zal het imago van de formule hebben geholpen. (Of heeft Lidl vrouwen eventjes over de vloer gehad die er daarna om tal van redenen niet meer komen? Dat laatste vind ik niet waarschijnlijk.) Tot nu toe is geen supermarktformule in Ne­derland erin geslaagd om succesvol kleding te verkopen. Het blijft altijd bij wat ik maar ‘randver­schijnselen’ noem. Een rekje met wat sokken en op in-outbasis wat geleur met Disney-pyjama’s. Laat staan dat een formule ooit een hype teweeg heeft gebracht en laat staan dat het om ‘bovenkleding’ gaat, zichtbaar gedragen kleren. Rijen voor de win­keldeur, dat was voorbehouden aan bijvoorbeeld De Bijenkorf met z’n ‘doldwaze dagen’. Het effect is ook lastig na te gaan. Natuurlijk, veel klanten, veel traffic, een verkooppiek, maar of hier een langetermijneffect uit zal komen? Bovendien weten we niet of hiermee de logistieke structuur van Lidl en daarmee de spreekwoordelijke eenvoud van een discounter ernstig aangetast is. De vraag is ook in hoeverre het beklijft. De vraag is zelfs of concur­renten als AH, Jumbo en Superunie-formules hier jaloers op zijn, afgezien van de traffic building in die ene week. Misschien vooral op één aspect ervan: één campagne, die in wereldwijd 12.000 vestigingen terugkomt, dat is natuurlijk wel een slagkracht van jewelste.

Heb ik zelf iets gekocht? Nee. O, ik vond die pumps er best goed uitzien. Maar: ik ben niet van de panterprints. Ik koop mijn kleren gewoon waar ik dat altijd al deed. Maar los van persoonlijke overwegingen en smaakverschillen: het blijft een bijzonder staaltje retailen van Lidl. ■

Koks bij Plus Ton Henst in Best

Eind vorige maand is de vijfde winkel volgens de vernieuwde Plus-formule geopend, van onder­nemer Ton Henst, in Best (bij Eindhoven). Over Plus Briljant 2.0 is al heel wat geschreven, maar de aankondiging dat hier koks aan het werk zouden zijn, maakte me nieuwsgierig genoeg. Hoe werkt dat dan bij een Plus? Op de heropeningsdag ben ik ernaartoe gegaan.

En ja, ik vind deze Plus op tal van fronten een ver­rassing. Het begint natuurlijk met de Makerij, zoals Plus dat noemt, die we ook kennen van de andere winkels. Maar de invulling is wel anders: hier zijn twee koks met een horeca- en Hanos-achtergrond en -opleiding aan het werk. Ze maken dagelijks verse maaltijden, zoals pastasalade, lasagne en gegrilde kip, maar ook wat meer bijzondere producten zoals pulled pork en gegrilde groente. Het wordt gekookt, gegrild, gerookt, teruggekoeld, verpakt en in de koeling gelegd. De verse pizza’s blijken al uitverkocht als ik er ben, en worden snel bijgemaakt, maar ook in de andere koelingen etc. vallen gaten, de keuken kan het bijna niet bijbenen. Het is de openingsdag, dus volop belangstellenden, maar het is een goed teken, eerder al hebben Plus- ondernemers weleens geopperd dat de Makerij te veel een show is voor klanten die er gewoon aan voorbijtrekken, maar dat is hier en nu op deze dag zeker niet zo.

De keuken staat vol met mooie horeca-apparatuur. En een Big Green Egg. Die echt wordt gebruikt. Een deel van de meubels staat op wielen, zodat de medewerkers flexibel kunnen zijn met het aanbod en op vrijdag en zaterdag bijvoorbeeld een meubel van vis op ijs kunnen plaatsen. Op die dagen wordt in die Green Egg verse zalm gerookt. En er wordt dan sashimi gesneden van het mooie middenstuk van de tonijn. Vis is wel een speerpunt, vooral ook omdat iemand met een visachtergrond in dienst is genomen. Ook wordt er truffelmayonaise gemaakt. Dit was een paar maanden geleden uit nood geboren: er was een voorraadprobleem met de truffelmayonaise, maar ze wilden niet zonder zitten, dus is de keuken gestart met zelf maken. Inmiddels is het een van de ‘hero-producten’ hier. In de winkel de gerechten opeten kan niet, maar er kunnen wel een paar statafels geplaatst worden om te proeven. Maar er is nog veel meer moois in deze winkel. Er worden verse smoothies gemaakt: terwijl ik er ben, wordt vers fruit (mango’s, bananen, aardbeien) gesneden en in de blender gemixt tot smoothies, die dan weer op ijs gepresenteerd worden. Ook vers fruitwater en zelfgemaakte ice tea staan in gekoelde taps waar de consument zelf een flesje kan tappen. Verder liggen er vleeswaren van de lokale slager, en daarna de vleeswaren die vrijwel allemaal in de winkel gesneden worden en in hoge stapels gepresenteerd. De filet americain wordt zelf gemaakt in de keuken. De kaaspresentatie doet denken aan Beej Benders. Je kunt de tapas en de kaas proeven met een honing-mosterddip erbij om het extra lekker te maken. De broodafdeling werkt met verse deegstukken die eerst in de rijskast rijzen alvorens ze gebakken worden. Daarnaast chocoladebonbons, in een presentatie waar een banketbakker trots op zou zijn. En zelfs in de dkw is het nodige te beleven: de losse koffiecups, mooie thee-assortimenten. In een gangpad staan veel kinderen verzameld, om, jawel, uit M&M-kokers te tappen. Het is de winkel gelukt om Mars zo ver te krijgen deze presentatie ook hier te plaatsen. En – een beetje vroeg, lijkt me – drie meter pepernoten, speculaas en ander sintsnoep, vlak voor de kassa.

Ook de signing is aangepast en flexibeler gemaakt. Hierdoor kan de winkel zonder veel kosten actueel en sfeervol blijven: sfeerbeelden en aanbiedingen die met elastiekjes op karton bevestigd worden. Daarnaast elektronische prijskaartjes, een snufje techniek dat veel tijd en dus kosten zal besparen. Bloemen, servicebalie en lectuur is naar de winkel aan de overkant geplaatst. Over heel veel is dus opnieuw nagedacht en daarmee verrast de winkel.

Dit is weer een nieuwe stap op weg van doorsnee- supermarkt naar verssupermarkt. Plus brengt het ambacht weer meer terug in de winkel, versbereide producten spelen een hoofdrol. En zodoende speelt Plus hier ook min of meer de rol van speciaalzaak. En dat staat en valt vaak met het personeel. Ondernemer Henst heeft dan ook in zijn team geïnvesteerd en dat team met een aantal experts en vakmensen aangevuld. Dit is iets wat Plus al een aantal jaren faciliteert, door bijvoor­beeld een opleidingsprogramma in samenwer­king met Nyenrode voor aspirant-ondernemers. Wellicht geen verrassing dat de man die de keuken aanstuurt uit dit Plus-klasje komt, nadat hij ook al bij Beej Benders met de opening heeft geholpen. Duur? Misschien. Maar zo bouwt Plus een onderscheidende formule die niet gemakkelijk is te kopiëren door bijvoorbeeld een Albert Heijn of een ander filiaalbedrijf. Bovendien, we hebben discounters Aldi en Lidl, we hebben prijsagressieve formules als Dirk, Vomar en Nettorama en laat een Plus als deze zich dan aan de bovenkant van de markt manifesteren, dan is dat goed voor het on­derscheid tussen formules. En dan is het te hopen dat deze Plus, waar zo in geïnvesteerd is, ook veel succes gaat boeken in Best. ■

Foodmarkt City by Jumbo

Jumbo heeft eind mei zijn stadsvariant geopend, dat zal niemand ontgaan zijn. Een combinatie tussen een La Place en een Jumbo, met assortiment en elementen van Jumbo Foodmarkt, en dat op een klein oppervlak in hartje Groningen. Even naar Groningen voor een winkelbezoek… nee, een klimaatneutrale column wordt dit niet.

Aangekomen bij de Foodmarkt City zie je buiten tafeltjes en stoelen onder parasols. De winkelnaam heeft geen duidelijke Jumbo-signatuur, de geel­zwarte poster (‘koffie voor 1 euro’) op de ramen wel. Binnen ga ik door een poortje waar ik ‘pin only’ zie staan; geen probleem, ik betaal bijna nooit meer contant. Maar tijdens mijn bezoek merk ik wel dat andere mensen daar moeite mee hebben.

De winkel is in tweeën gedeeld: rechts en recht­door de ‘winkel’ om te kopen voor snelle trek of om thuis te koken, links het deel waar alles vers bereid wordt om vooral direct op te eten, zeg maar: het oude La Place in nieuwe vorm.

Het winkelgedeelte begint met het snack- en borrelaanbod, achterin alles voor ‘zelf koken’ Dus eerst: koelingen met bier, sappen, smoothies en water met een smaakje (bekend van AH, bij Jumbo nog niet gezien). Overal mandjes aan schappen met combinatie-aankopen of opvallende artikelen zoals een mand met Bundaberg Ginger Beer, een hippe drank uit Australië. een rek met een top-3 zomerwijnen.. dan buitenlandse kaas, droge worst in kistjes, het tapasschap… achterin alle vers: agf en verder vlees, vis, kip en vega bij elkaar. Op de agf-afdeling veel in houten kisten. Ik zie wel veel plastic verpakkingen, ook paprika’s per stuk in plastic, tomaten alleen in plastic, dat hoeft voor mij niet zo. Ook de uien en aardappelen zijn in zakken of netjes gepresenteerd. Ik ben zelf wel te porren voor losse agf, zeker in een stadswinkel verwacht ik dat ook. De agf-chef vertelt me dat je altijd ‘een losse ui’ kunt kopen, maar het gebeurt nauwelijks.

De dkw-schappen zijn beperkt: uiteraard geen bulk zoals kratten bier of melk in tweeliterverpak- kingen, dat soort artikelen hebben stadsvarianten van andere formules evenmin. Verder zie ik een assortiment dat toch anders is dan in de reguliere supermarkt. Het Jumbo-huismerk en de varianten Jumbo Biologisch en het premiummerk van Jumbo domineren. Ik denk dat biologisch en duurzaam voor een betaalbare prijs in deze stad aanslaat.

De grote A-merken ontbreken in veel gevallen. Sommige, zoals Calvé-pindakaas en De Ruijter- hagelslag, blijken onmisbaar, maar Senseo-pads en Calvé-mayonaise zie je bijvoorbeeld niet. Ik denk dat heel wat A-merkartikelfabrikanten hierover met Jumbo in gesprek zullen gaan. Het resultaat is weliswaar een verrassend assortiment – zo vind ik zelf het thee-aanbod even prikkelend als verrassend – maar gaat de consument ‘de bekende merken’ niet missen? En kiest hij/zij dan andere winkels? Of kan hij/zij zich prima vinden in het aanbod met vooral Jumbo-huismerken en andere alternatieven? Van de andere kant, ‘stadse’ AH To Go-bezoekers weten na jaren ook donders goed dat dat geen AH is.

In het gedeelte met verse bereiding zie ik meteen een mooie bakkerij met verleidelijke broden, dan belegde broodjes (zoals ik dat van La Place ken), dan hamburgers, pizza en tot slot verse sushi (vers maar wel voorverpakt). Ook veel trendy artikelen als pokebowls (rijst, groenten en vis in een kom, als maaltijd, oorspronkelijk uit Hawaii) en ‘homemade lemonades’ in grote, gekoelde glazen dispensers (als ik er ben, is het ijsthee, in twee smaken). Moderne yoghurtvarianten en hangop, te combineren met muesli of fruit. Daar liggen ook ‘sporks’ bij, zodat je het gemakkelijk kunt opeten.

De wraps & sandwiches zien er minder aantrek­kelijk uit dan de verse spullen. Dat geldt ook voor de soepen zoals uit Jumbo Foodmarkt. Maar wat bij Jumbo Foodmarkt nog zo verleidelijk leek, is nu vergeleken met het verse La Place (-achtige) aanbod voor mij tot een tweederangsaanbod gedegradeerd.

Betalen kun je bij de kassa, waar ook de verse koffie te koop is, of bij de zes zelfscankassa’s. Hier staat wel iemand bij, maar je hoeft niet zoals in de gewone Jumbo nog langs de bemande kassa. En dan kun je binnen en buiten je koffie opdrinken of je lunch eten, aan een lage of hoge tafel, of aan de bar voor het raam. Wat ik in de winkel niet gevonden heb, maar wel in de media: er is een app waarmee je warme maaltijden kunt bestellen en laten thuis­bezorgen. Ik heb deze gedownload en dan zie ik dat je ook het La Place-assortiment kunt bestellen. Hoe meer je bestelt, des te lager de bezorgkosten.

Ik denk dat dit nog in de opbouwfase zit, en dat het later ook meer gepromoot zal worden in de winkel.

Ja, dit is toch echt een nieuwe winkel, sfeervol, verrassend, lekker snuffelen, veel cross-selling, eigentijds/vernieuwd assortiment met de nadruk op eigen merken, en de versbereide producten voor ‘meteen opeten’ of ‘snel mee naar huis’

De consument moet gaan beseffen dat dit geen reguliere Jumbo is. Geen Zeven Zekerheden hier.

De consument die hier aan ‘euro’s goedkoper’ etc. denkt, kan teleurgesteld zijn of zal beseffen dat dit toch anders is – en/of zal eraan wennen, dat zal de toekomst leren. Of moet ik zeggen: dat moet Jumbo zelf leren, om die verwachtingen goed te managen? Want ik hoor in de winkel dat deze winkel eerst ho­gere prijzen vroeg dan een reguliere Jumbo – voor hetzelfde artikel – en dat dat naderhand snel weer herroepen is, omdat de consument dat onbegrijpe­lijk vond. En verder blijken ook weer meer reguliere items hier in het assortiment te komen, zoals de tros bananen voor 99 cent, in plaats van losse bananen. Nou ja, wat wil je? De eerste vestiging. Ook nog een winkel die een mix is van drie andere varianten, Jumbo-artikelen, artikelen van Jumbo Foodmarkt en van La Place, dat meer als restaurant bekend staat dan als een formule met een bekend levens­middelenassortiment. Dan kan het niet anders dan dat Jumbo nog lang en veel moet uitproberen om de gewenste omloopsnelheid per artikel te vinden.

Dries & Go, bij AH-franchiser Theo Driessen

In Arnhem heeft AH-franchisenemer Theo Dries­sen afgelopen maand een nieuwe grote Albert Heijn geopend: in een nieuw winkelcentrum in de wijk Schuytgraaf. Het had heel wat voeten in de aarde, Driessen exploiteerde hiervóór naast zijn grote AH in het nabije Elst dertien jaar lang een noodwinkel in Schuytgraaf. De AH in Elst heeft hij aan een van zijn dochters verkocht, nu is deze grote AH zijn AH. Maar we gaan niet zomaar naar een AH. Driessen exploiteert sinds enkele jaren (naast die AH in Elst) een lunchroom en casualdiningrestaurant: Dries & Co. Een afgeleide daarvan is onderdeel van de nieuwe AH in Arnhem, Dries & Go, ook lunchroom, maar geen restaurant, veeleer een zaak voor belegde broodjes. En dat terwijl AH zelf ook eigenlijk net iets soortgelijks begonnen is: Bakery Cafe, als onderdeel van de AH Gelderlandplein (Adam-Zuid). Dries & Go versus Bakery Café, daar gaat het me om. In Arnhem-Zuid aangekomen zie ik op enige afstand, midden in een weiland, een winkel staan. Dat blijkt de gesloten noodwinkel te zijn. Een paar honderd meter verderop vind ik het hagelnieuwe winkelcentrum, met daarin de bekende formu­les als Etos, Gall & Gall (vast ook van Driessen, denk ik), Hema, Zeeman en Kwalitaria, maar ook winkels van lokale ondernemers. De Albert Heijn is veruit de grootste winkel, het is er een van het formaat en van het ‘format’ dat AH voor grote winkels heeft.

Dat de AH er een van een franchiser is, zie je meteen op de winkelvloer: allerlei spaar- en premiumacties die je in een AH-filiaal niet ziet. Sparen voor de knuffels van Farmies met forse korting, met een reuzenknuffel als blikvanger; kans om een BBQ van Heinz te winnen, een soort ‘red egg’ in plaats van een green egg; een gratis maatbe­ker bij de pasta, dat soort zaken. Ook veel proeven, en mooie presentatietafels met worsten en kazen. Maar ik schiet meteen maar naar die Dries & Go. De naam is een verbastering van de naam van zijn restaurant in Elst, maar naar mijn mening ook een knipoog naar AH To Go. AH mag dan net zijn begonnen met de pilots Bakery Café en Deli Kitchen, maar daar heeft franchiser Driessen niet op gewacht.

Wat is Dries & Go? Een sfeervol vormgegeven broodjeszaak met een Amerikaanse touch, met ook ijs, koffie en frisdrank. Keuze uit een heel en een half stokbroodje, volkoren, wit of mais en eenvoudig belegd versus luxe belegd. Ze noemen het sandwiches en er zijn Amerikaanse namen voor de broodjes/sandwiches als Delight, Hot Chicken en BLT & avocado. Goed­koop zijn ze niet, € 4,25 voor een mediumbroodje, € 6,95 voor een ‘large’ Daarnaast pakt Dries & Go groot uit, met softijs en milkshakes in verschil­lende smaken en met verschillende toppings.

De verschillen met Bakery Café? Die zijn er duide­lijk en dat betreft vooral het assortiment, aangepast aan de kopersgroep. Bakery Café Adam-Zuid/ Gelderlandplein: speltbroodjes, bijvoorbeeld. Dries & Go Arnhem-Zuid: maisbroodjes. Bakery Café: verse sapjes. Dries & Go: frisdrank. En verder een breed aanbod ijs, waarschijnlijk allemaal ingege­ven door het marktgebied, een jonge wijk, met veel gezinnen met kinderen. Daarnaast: anders dan bij Bakery Café bevat Dries & Go een tafel. Zodat je rustig je broodje op kunt eten. Er is ook een overeenkomst tussen Bakery Café en Dries & Go: de stevige prijzen. Ik had verwacht dat het prijspeil van Dries & Co, voor gezinnen met kinderen in Arnhem-Zuid, anders zou zijn dan dat van Bakery Cafe, voor de fine fleur van Buitenveldert en carrièremakers van de Zuidas. Maar dat is dus niet zo.

Nou zullen aardig wat mensen uit de branche denken: wat moet je nu met belegde broodjes etc. in een woonwijk als Schuytgraaf, waar iedereen thuis eet? Een terechte vraag, ook. Maar nee, ik was er rond lunchtijd en het was er lekker druk. De rest van de dag schijnen de ijsjes erg popu­lair te zijn. Dat past denk ik bij de shopper van vandaag, die denkt niet in kanalen, maar wil alles overal kunnen kopen wanneer het hem/haar uit­komt. Bovendien, wat ik niet weet (maar ik heb er wel een vermoeden over), is in welke mate de AH enerzijds en Dries & Go anderzijds voor elkaar als traffic builder fungeren.

Toch ook nog even maar naar Dries & Co gereden, in Elst, de lunch- en casualdiningzaak naast de AH van inmiddels ‘dochter Driessen’. Enorm druk, mooie kaart, echt een restaurant. En op deze zonnige dag is het terras tot op het laatste stoel gevuld.

Kijken we naar Dries & Go, dan blijkt dat een AH-franchisenemer die zelf goed weet te kiezen uit horeca-opties, kennelijk geen Bakery Café van Zaanse makelij nodig heeft. ■

Category Management Handboek

Category Management
Handboek

Bestel Nu

Aanmelden nieuwsbrief