Bakery Cafe/Deli Kitchen, AH Gelderlandplein

Albert Heijn Gelderland­plein

Sinds eind februari heeft Albert Heijn Gelderland­plein een ‘Bakery Cafe’ en een ‘Deli Kitchen’. Op naar Buitenveldert.

Eerst een rondje door deze AH gelopen en na de kassa’s kom ik aan bij het Bakery Café. Daar koop ik een broodje en verse jus voor € 5,00, plus een cappuccino. De keuze aan broodjes: bruin, wit of spelt. Moeilijk kiezen, want: veel lekkere eigen­tijdse broodjes, van pulled pork en gegrilde kip tot avocado met basilicum en tomaat. Het beleg kun je zelf kiezen en combineren en de broodjes kunnen naar wens ook warm gemaakt worden. Het assortiment bestaat verder uit verschillende sapjes, soorten koffie, versgebakken koeken, zoals heerlijke chocolate chip cookies die je ook kunt proeven, croissants en plaatpizza’s. Het broodje wordt vers voor me belegd, je moet er dan wel even op wachten, maar dan héb je ook wat. Maar dan: opeten… vier krukken om op te zitten, maar geen tafels. En zo’n rijk belegd broodje met gesmolten mozzarella is dan best lastig eten. En waar laat ik mijn koffie en jus? Het Bakery Café is klein. De AH aan het Gelderlandplein is weliswaar erg groot, maar het mocht kennelijk niet veel ruimte krijgen. Ik heb daar mijn broodje opgegeten, maar een barretje waar ik mijn eten en drinken kwijt zou kunnen, zou welkom geweest zijn.

Maar waar is nou die Deli Kitchen? Die blijk ik bij mijn eerste rondje door deze AH totaal te hebben gemist. Hij ligt direct achter de sushi corner, bij dit tweede rondje is-ie niet te missen want net op dat moment is het Deli Kitchen-personeel allerlei warme hapjes aan het uitdelen. De signing is sum­mier, het is me aanvankelijk ook niet helemaal dui­delijk wat hier gebeurt. Ik zie dat er pizza’s bereid worden, waarbij je zelf kunt bepalen wat je erop wilt hebben. De pizza’s worden hier ook afgebak­ken. De prijzen? Tussen € 5,50 en € 7,-, afhanke­lijk van de toppings. Ernaast zie ik in een hoekje bakjes met verse maaltijden staan. Het blijkt dat die dagelijks vers worden bereid. Je kunt ze in de winkel laten opwarmen of thuis in de magnetron. Je kunt ze ook een dagje later nog thuis opwarmen en opeten.

De maaltijden die niet verkocht zijn, worden de volgende dag warm gemaakt en gebruikt om mensen te laten proeven. Geen verspilling op deze manier en een mooie manier om mensen te laten kennismaken met de producten en de service. Ook kun je salades kopen of zelf laten samenstellen. Afhankelijk van de grootte: tussen € 5,25 en € 7,-; niet goedkoop, wél lekker. Ook de spareribs zien er lekker uit en worden goed verkocht. Tijdens de lunch worden er heel wat salades ver­kocht, zie ik zo.

Als ik mijn salade meeneem, zegt een meisje: ‘Als je weer komt, kom je dan langs? Om te vertellen hoe het gesmaakt heeft?’ Ik ben even stil. Vraagt ze me nu echt wat ik ervan vind? Wat leuk. Hoe vaak vraagt een AH-mede- werker mij nou zoiets, nooit. We praten nog even door. Het blijkt dat hier foodservicepersoneel staat. Niet in dienst van AH, maar van Bakerstreet, een onafhankelijk bedrijf dat zowel de Deli Kitchen als het Bakery Café runt. Ook blijkt het de organisatie achter de shop-in-shop voor vis van Fishtales in deze AH. Bakerstreet runt ook flink wat bakke­rijen, snack- en sandwichlocaties bij Shell-stations. Ze vertelt me ook dat alles gezond en vers bereid is: ze bereiden veel ter plekke, en stellen ook elke dag de bakjes met maaltijden samen. Zo kun je toch gezond en vers eten zonder er veel tijd aan kwijt te zijn. Ik zie nu ook dat ze andere kleding aan hebben. Dit is personeel dat gewend is kwali­teit te leveren en gastvrijheid te bieden.

Wat niet kan, is ter plekke opeten. Tenminste, als je zou willen zitten. Het is warm meenemen en dan ergens opeten. De aankondiging van Het Financieele Dagblad en Distrifood destijds dat het om restaurants zou gaan, is dus een wat ruime interpretatie. Commercieel directeur Marit van Egmond van AH zegt het zelf in Distrifood iets genuanceerder: ‘We slaan hiermee een brug tussen foodretail en foodservice’ en dat het niet om een pilot gaat, maar direct uitgerold wordt. Een mooie stap, vind ik; met name de verse pizza’s concurreren direct met de afhaal- of bezorgpizza’s en zijn dan value for money. De maaltijden en salades zijn wel aan de prijs als je ze vergelijkt met de producten uit het koelvak van de AH.

Het Bakery Café moet concurre
ren met de slagerij pal aan de overkant: voor € 2,25 heb je daar een broodje, bij het Bakery Café voor € 4,50. Het loopt lekker door met bezoekers tijdens de lunch, maar bij de slager staat echt een rij; vooral mannen, uit de kantoren uit de omgeving, neem ik aan. De slager heeft ook statafels waar zij gemak­kelijk hun broodje aan kunnen opeten. Lekkere ‘food for now’, goede kwaliteit en bedie­ning, alleen dan nog zo’n tafeltje erbij doen. En dat praatje met de kok/verkoopster was goed; als zij mij niks gevraagd had en ik geen praatje had aangeknoopt, had ik veel minder geweten.

Koks bij Plus Ton Henst in Best

Koks bij Plus Ton Henst in Best

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is eerder verschenen in de Foodpersonality.

Eind vorige maand is de vijfde winkel volgens de vernieuwde Plus-formule geopend, van onder­nemer Ton Henst, in Best (bij Eindhoven). Over Plus Briljant 2.0 is al heel wat geschreven, maar de aankondiging dat hier koks aan het werk zouden zijn, maakte me nieuwsgierig genoeg. Hoe werkt dat dan bij een Plus? Op de heropeningsdag ben ik ernaartoe gegaan.

En ja, ik vind deze Plus op tal van fronten een ver­rassing. Het begint natuurlijk met de Makerij, zoals Plus dat noemt, die we ook kennen van de andere winkels. Maar de invulling is wel anders: hier zijn twee koks met een horeca- en Hanos-achtergrond en -opleiding aan het werk. Ze maken dagelijks verse maaltijden, zoals pastasalade, lasagne en gegrilde kip, maar ook wat meer bijzondere producten zoals pulled pork en gegrilde groente. Het wordt gekookt, gegrild, gerookt, teruggekoeld, verpakt en in de koeling gelegd. De verse pizza’s blijken al uitverkocht als ik er ben, en worden snel bijgemaakt, maar ook in de andere koelingen etc. vallen gaten, de keuken kan het bijna niet bijbenen. Het is de openingsdag, dus volop belangstellenden, maar het is een goed teken, eerder al hebben Plus- ondernemers weleens geopperd dat de Makerij te veel een show is voor klanten die er gewoon aan voorbijtrekken, maar dat is hier en nu op deze dag zeker niet zo.

De keuken staat vol met mooie horeca-apparatuur. En een Big Green Egg. Die echt wordt gebruikt. Een deel van de meubels staat op wielen, zodat de medewerkers flexibel kunnen zijn met het aanbod en op vrijdag en zaterdag bijvoorbeeld een meubel van vis op ijs kunnen plaatsen. Op die dagen wordt in die Green Egg verse zalm gerookt. En er wordt dan sashimi gesneden van het mooie middenstuk van de tonijn. Vis is wel een speerpunt, vooral ook omdat iemand met een visachtergrond in dienst is genomen. Ook wordt er truffelmayonaise gemaakt. Dit was een paar maanden geleden uit nood geboren: er was een voorraadprobleem met de truffelmayonaise, maar ze wilden niet zonder zitten, dus is de keuken gestart met zelf maken. Inmiddels is het een van de ‘hero-producten’ hier. In de winkel de gerechten opeten kan niet, maar er kunnen wel een paar statafels geplaatst worden om te proeven. Maar er is nog veel meer moois in deze winkel. Er worden verse smoothies gemaakt: terwijl ik er ben, wordt vers fruit (mango’s, bananen, aardbeien) gesneden en in de blender gemixt tot smoothies, die dan weer op ijs gepresenteerd worden. Ook vers fruitwater en zelfgemaakte ice tea staan in gekoelde taps waar de consument zelf een flesje kan tappen. Verder liggen er vleeswaren van de lokale slager, en daarna de vleeswaren die vrijwel allemaal in de winkel gesneden worden en in hoge stapels gepresenteerd. De filet americain wordt zelf gemaakt in de keuken. De kaaspresentatie doet denken aan Beej Benders. Je kunt de tapas en de kaas proeven met een honing-mosterddip erbij om het extra lekker te maken. De broodafdeling werkt met verse deegstukken die eerst in de rijskast rijzen alvorens ze gebakken worden. Daarnaast chocoladebonbons, in een presentatie waar een banketbakker trots op zou zijn. En zelfs in de dkw is het nodige te beleven: de losse koffiecups, mooie thee-assortimenten. In een gangpad staan veel kinderen verzameld, om, jawel, uit M&M-kokers te tappen. Het is de winkel gelukt om Mars zo ver te krijgen deze presentatie ook hier te plaatsen. En – een beetje vroeg, lijkt me – drie meter pepernoten, speculaas en ander sintsnoep, vlak voor de kassa.

Ook de signing is aangepast en flexibeler gemaakt. Hierdoor kan de winkel zonder veel kosten actueel en sfeervol blijven: sfeerbeelden en aanbiedingen die met elastiekjes op karton bevestigd worden. Daarnaast elektronische prijskaartjes, een snufje techniek dat veel tijd en dus kosten zal besparen. Bloemen, servicebalie en lectuur is naar de winkel aan de overkant geplaatst. Over heel veel is dus opnieuw nagedacht en daarmee verrast de winkel.

Dit is weer een nieuwe stap op weg van doorsnee- supermarkt naar verssupermarkt. Plus brengt het ambacht weer meer terug in de winkel, versbereide producten spelen een hoofdrol. En zodoende speelt Plus hier ook min of meer de rol van speciaalzaak. En dat staat en valt vaak met het personeel. Ondernemer Henst heeft dan ook in zijn team geïnvesteerd en dat team met een aantal experts en vakmensen aangevuld. Dit is iets wat Plus al een aantal jaren faciliteert, door bijvoor­beeld een opleidingsprogramma in samenwer­king met Nyenrode voor aspirant-ondernemers. Wellicht geen verrassing dat de man die de keuken aanstuurt uit dit Plus-klasje komt, nadat hij ook al bij Beej Benders met de opening heeft geholpen. Duur? Misschien. Maar zo bouwt Plus een onderscheidende formule die niet gemakkelijk is te kopiëren door bijvoorbeeld een Albert Heijn of een ander filiaalbedrijf. Bovendien, we hebben discounters Aldi en Lidl, we hebben prijsagressieve formules als Dirk, Vomar en Nettorama en laat een Plus als deze zich dan aan de bovenkant van de markt manifesteren, dan is dat goed voor het on­derscheid tussen formules. En dan is het te hopen dat deze Plus, waar zo in geïnvesteerd is, ook veel succes gaat boeken in Best.

Jumbo met Foodmarkt-onderdelen

Een klant attendeerde me op de heropening van een Jumbo in Deventer, met meer Foodmarkt- elementen. Deze Jumbo ligt in een relatief nieuw winkelcentrum, op een oud kazerneterrein, de Boreelkazerne. Uitgerekend naast een La Place. Dat laatste blijkt geen nieuw beleid te zijn, maar veeleer toeval, die La Place zat er al. En wat is er dan nieuw bij deze Jumbo in De­venter? Laat het vooropgesteld zijn: dit is niet de Jumbo-gemaksvariant, want die zit er nog aan te komen. Dit is een Jumbo die het bedrijf heeft aangevuld met Foodmarkt-elementen.

Vooraan in deze Jumbo vind je de agf-, de vlees- en de visafdeling alle drie bij elkaar, dus: alle maaltijdcomponenten bij elkaar. De diepvriesschepvis (ooit gestart in de Jumbo Foodmarkt Breda) is wel bekend, de diepvriesvis is opvallend betaalbaar: € 1,00 per 100 gram (veel lager dan de gekoelde vis, waarbij de zalm vrijwel onbetaalbaar is). Na het vlees vind je de afdeling met zelfgemaakte pizza’s, sushi en vers gegrild vlees. De pizza’s zien er fantastisch uit en lijken ook goed verkocht te worden. Omdat ik aan die Jumbo Foodmarkt denk, vraag ik om een stuk warme pizza, maar de jongen achter de counter vertelt me dat het om pizza’s gaat die je thuis in de oven moet doen. He­laas. Ik dacht toch echt een oven te zien, maar dat is waarschijnlijk de grill voor het vlees. Wat hij me niet vertelt, is dat er na de kassa een eethoek volgt, waar ik wél een warme pizza kan krijgen. (Daar kom ik naderhand zelf nog achter, maar dan heb ik mijn boodschappen al gedaan). De sushi en de het gegrilde vlees komen wat mij betreft iets minder uit de verf. Het gegrilde vlees = kip, kip en nog ‘s kip: hele kip, kipkluifjes en kip­penpoten, maar ze ogen niet heel uitnodigend en vers. Tussen de sushi en de gegrilde kip liggen nog wat kant-en-klaarmaaltijden zoals aardappelpuree met worstjes en jus. Het is me wat onduidelijk, wat dóen die hier eigenlijk? Zijn die hier bereid of niet? En het draagt ook niet echt bij aan de versuitstra­ling van het geheel. De taartenafdeling is helaas niet overgenomen van de Foodmarkt. Ik zie weliswaar een prima aanbod, maar niet de mooie taartenafdeling die je soms elders in een Jumbo ziet. Even een zijpaadje: op de kopstellingen staat vaak een huismerkartikel voor een lage of actieprijs, bijvoor­beeld een kopstelling vol all-in-one- vaatwastabletten, van de ‘allerslimste koop’. Het ziet eruit als een keurmerk van de Consumentenbond, maar het is het budgetmerk van Jumbo, of zoals Jumbo zelf zegt: ‘topkwaliteit voor een Hollands prijsje’, veertig tabletten voor € 2,89. En in het middenpad staan de jaaraanbiedingen: hele kopstellingen vol met een product als Cup-a-Soup van Unox of een kopstelling Spa. Verder met mijn route: ik tref er een demostand aan, waar een linzen-schotel wordt bereid en die kun je ook proeven. Tussen het fris, de wijn en het bier staan ook koel­kasten, zodat je je product ook gekoeld mee naar huis kunt nemen. Wijnadvies kun je ook krijgen, maar liefst elf medewerkers hebben hun diploma gehaald als wijnadviseur, lees ik. Ik zie lokale specialiteiten, o.a. Deventer mosterd (tien soorten), maar ik zie ook een uitgebreid Pools assortiment met makreel, goulash en natuurlijk Pools bier.

En na de kassa zien we allereerst die eethoek: zoete en hartige snacks (die pizzapunten, bijvoorbeeld), koffie & thee en smoothies. Die eethoek bleek er al vóór de verbouwing te zijn, maar dan kleiner, nu is er bijvoorbeeld ruimte voor zestien zitplaatsen. Nieuw hier is ook de vers gebakken kibbeling voor € 1,45. Op de markt betaal ik echt meer. Tot slot bij de uitgang: een softijsmachine, om zelf te bedienen, een hoorntje pakken, 50 cent in de machine, tappen en klaar; van echte weidemelk. Nu is het daar nog wat fris voor, maar het lijkt me in de zomer een groot succes. Met deze vestiging geeft Jumbo zijn formule weer een fris gezicht, aangevuld met service-elementen zoals een afhaalpunt, een smartphone-oplaadcentrum, een aanbod uit Deventer en omgeving en producten voor Poolse werknemers. En met ‘blurringvormen’ tussen directe consump­tie en thuisverbruik. De mix tussen horeca en thuisverbruik is duidelijk in opkomst, gezien de berichtgeving van AH onlangs over het nieuwe Bakery Cafe en Deli Kitchen en de Jumbo hier. Synergie met La Place, die heb ik echter nog niet gevonden. La Place is hier eerder een concurrent. En of dat makkelijk is voor La Place? Voor de prijzen bij de Jumbo-eethoek kun je niet bij de La Place terecht. Maar daarvoor heeft La Place dan weer een groter assortiment, alles biologisch en is het aanbod ook iets gezonder dan bij de Jumbo- eethoek.

 

De ‘beste’ Hoogvliet, in Ede


Zoals (bijna) elke supermarktketen, organiseert ook Hoogvliet elk jaar een verkiezing van de beste Hoogvliet. Externe en interne juryleden beoorde­len de Hoogvliet-filialen, en die in Ede won on­langs. Maar wat merk je als shopper van zo’n beste Hoogvliet? Ik ging boodschappen doen in Ede.

Hoogvliet positioneert zich als ‘bewezen de goed­koopste’. En: dagelijks vers, altijd kwaliteit. Deze Hoogvliet begint, zoals alle ‘Hoogvliets’, met de bakkerij-afdeling. Aan de ene kant brood, aan de andere kant banket zoals appelflappen, maar ook pastel de nata (Portugese taartjes). Daarnaast een mooie kaasafdeling met ook wat wijn en worst. Hoewel Hoogvliet claimt dat brood formulebreed de ‘destination-categorie’ is, heb ik het gevoel dat dat hier de slagerij is. Naast de kaasafdeling staat de grill. Daar wordt de hele dag vlees in gegrild, zoals spareribs en beenham. Die liggen klaar om mee te nemen, in de vitrine tegenover de grill. Onweerstaanbaar, vond ik. Thuis gegeten: erg lekker. Vóór de grill ligt de vitrine vol vers gegrilde vleeswaren, zoals gegrilde rollade, rosbief en grill- worst. Verderop in de winkel staat een echte slager, grotendeels verstopt achter een tegeltjeswand. Maar je kunt ‘m goed zien werken achter de lagere vitrine waarin verder allerlei hapjes als kipspiesjes en balletjes liggen. Niet echt goedkoop, € 4,- voor een bakje kipspiesjes en € 6,- voor twee. Aansluitend het vlees. Veel ouderwets of ‘verge­ten’ vlees: balkenbrij, bloedworst, Brabantse zult, varkensreuzel. En opvallend veel grote pakketten vlees en kip, bijvoorbeeld 1,1 kg kip voor € 7,50. Hierdoor heb ik wel het gevoel in deze winkel goedkoop uit te zijn. Maar wel heel weinig biologisch of het Beter Leven-keurmerk. Dat komt overeen met wat ik na­derhand in de media zag: Hoogvliet ‘dreigde’ voor de campagne ‘Dierenverschrikker’ genomineerd te worden. Iets nieuws, niet van Wakker Dier of Varkens in Nood, maar Dier & Recht (tegenwoor­dig moet je steeds meer nadenken over welke ngo zoiets dan gaat). Hoogvliet heeft echter toegezegd vóór juli 2017 over te stappen op varkensvlees van het Beter Leven-keurmerk. Daarmee voorkomt het reputatie- en publicitaire schade, maar ik vraag me af of de doelgroep van Hoogvliet lage prijzen niet belangrijker vindt. De vis heeft wel allemaal het MSC- of ASC-keurmerk.

Ook maar eens kijken bij agf. Daar is wel wat bio­logisch te vinden, met name tomaten en komkom­mers, maar niet heel veel. Het bijzonderste vond ik de fairtrade-snoeptomaatjes. Tomaten, die komen toch uit Nederland? Nee, deze komen uit Tunesië. Fair Trade creëert banen, zorgt dat de boeren een faire prijs krijgen, en meer kinderen naar school kunnen. Maar alleen met deze fairtrade-tomaatjes schiet dat niet zo op, toch? Op deze afdeling zie ik ook veel grootverpakkingen, van bijvoorbeeld uien: alleen per kilo. Eigenlijk heel weinig voor kleinere huishoudens. Alleen het fruitpakketje voor € 1,-, bestaande bijvoorbeeld uit een banaan, twee mandarijnen en een sinaasappel, voorziet in de behoefte van kleinere huishoudens.

In de winkel zie ik veel cross-selling: op de versaf­delingen kaas met wijn, worst en noten, wijnac- cessoires en noten bij de wijn, verse limoenen bij het Corona-bier, haken met Stegeman-worst bij de wijn, bakhulpjes bij het bakschap. Jammer dat de prijzen van de non-food moeilijk te vinden zijn, dat werpt toch een drempel op. Ook incidenteel een misser: hutspotkruiden bij de kant-en-klare boerenkoolstamppot. En ik zie her en der in lokale artikelen, zoals bij de bieren het Edenaertje, jaze­ker, uit Ede.

Door de hele winkel communiceert Hoogvliet over een spaaractie voor gratis keukenhulpjes van het merk Zyliss. Met 30 zegeltjes, die je krijgt bij elke € 10,- opgeteld dus voor   €300,- aan boodschap­pen – heb je al een gratis steakmes, kaasmes of bamboesnijplank. Toch wat laagdrempeliger dan de spaaractie van Albert Heijn voor pannen van Vivo (van Villeroy & Boch), waar je 60 zegeltjes moet sparen, in totaal dus € 600,-, en minimaal € 6,99 moet bijbetalen voor de goedkoopste steelpan, maar bijvoorbeeld € 39,99 voor een gietijzeren pan. (Ik vraag me af in hoeverre dit soort spaaracties met elkaar concurreren: blijft de trouwe AH- bezoeker pannen sparen en de trouwe Hoogvliet- bezoeker keukenhulpjes, of switchen klanten en zo ja, tijdelijk of langer?)

Op verschillende plekken zie ik displays, bijvoor­beeld eentje met ‘Hollandse producten’ als thema: een wonderlijke combinatie van pannenkoeken­mix, stroopwafels, Wilhelmina-pepermunt, drop, erwtensoep en tulpen.

Aan het eind van de winkel tref ik een non- foodafdeling, met aanbiedingen op in-outbasis, van wafelijzers, emmers, tot kaarsen en lucifers. Een aanbod waarmee Hoogvliet weer meer op een discounter lijkt, maar Hoogvliet heeft dan ook een verleden als ‘soft discounter’.

Het gevoel: een hele andere winkel dan de gemid­delde servicesupermarkt; voor een heel ander pu­bliek. Hier zijn weinig elementen terug te vinden van de inmiddels gesloten Hoogvliet Versmarkten als verse pizza’s of verse kant-en-klaarmaaltijden. En er is een ander soort assortimentshelden of ‘product hero’s’, zeker niet de premiumproducten onder huismerk zoals AH met Excellent. Minder trendy assortiment, meer Hollandse kost voor Hol­landse mensen, gestampte pot, stevige kost, voor bouwvakker en vrachtwagenchauffeur.

Kan ik zomaar zien waarom dit de beste Hoogvliet is? Nee, dat blijft moeilijk. Niettemin, goed gevulde schappen, nette winkel, een vriendelijke caissière die een praatje aanknoopt, gratis parkeren, een prettige winkelbeleving.

Om de hoek nog even een rustige Ekoplaza bin­nengelopen en een versgebakken biologische frambozencrumblekoek gekocht. Kijk, zoiets vind ik dan bij Hoogvliet niet, daar is het niet de formule voor.Zoals (bijna) elke supermarktketen, organiseert ook Hoogvliet elk jaar een verkiezing van de beste Hoogvliet. Externe en interne juryleden beoorde­len de Hoogvliet-filialen, en die in Ede won on­langs. Maar wat merk je als shopper van zo’n beste Hoogvliet? Ik ging boodschappen doen in Ede.

Hoogvliet positioneert zich als ‘bewezen de goed­koopste’. En: dagelijks vers, altijd kwaliteit. Deze Hoogvliet begint, zoals alle ‘Hoogvliets’, met de bakkerij-afdeling. Aan de ene kant brood, aan de andere kant banket zoals appelflappen, maar ook pastel de nata (Portugese taartjes). Daarnaast een mooie kaasafdeling met ook wat wijn en worst. Hoewel Hoogvliet claimt dat brood formulebreed de ‘destination-categorie’ is, heb ik het gevoel dat dat hier de slagerij is. Naast de kaasafdeling staat de grill. Daar wordt de hele dag vlees in gegrild, zoals spareribs en beenham. Die liggen klaar om mee te nemen, in de vitrine tegenover de grill. Onweerstaanbaar, vond ik. Thuis gegeten: erg lekker. Vóór de grill ligt de vitrine vol vers gegrilde vleeswaren, zoals gegrilde rollade, rosbief en grill- worst. Verderop in de winkel staat een echte slager, grotendeels verstopt achter een tegeltjeswand. Maar je kunt ‘m goed zien werken achter de lagere vitrine waarin verder allerlei hapjes als kipspiesjes en balletjes liggen. Niet echt goedkoop, € 4,- voor een bakje kipspiesjes en € 6,- voor twee. Aansluitend het vlees. Veel ouderwets of ‘verge­ten’ vlees: balkenbrij, bloedworst, Brabantse zult, varkensreuzel. En opvallend veel grote pakketten vlees en kip, bijvoorbeeld 1,1 kg kip voor € 7,50. Hierdoor heb ik wel het gevoel in deze winkel goedkoop uit te zijn. Maar wel heel weinig biologisch of het Beter Leven-keurmerk. Dat komt overeen met wat ik na­derhand in de media zag: Hoogvliet ‘dreigde’ voor de campagne ‘Dierenverschrikker’ genomineerd te worden. Iets nieuws, niet van Wakker Dier of Varkens in Nood, maar Dier & Recht (tegenwoor­dig moet je steeds meer nadenken over welke ngo zoiets dan gaat). Hoogvliet heeft echter toegezegd vóór juli 2017 over te stappen op varkensvlees van het Beter Leven-keurmerk. Daarmee voorkomt het reputatie- en publicitaire schade, maar ik vraag me af of de doelgroep van Hoogvliet lage prijzen niet belangrijker vindt. De vis heeft wel allemaal het MSC- of ASC-keurmerk.

Ook maar eens kijken bij agf. Daar is wel wat bio­logisch te vinden, met name tomaten en komkom­mers, maar niet heel veel. Het bijzonderste vond ik de fairtrade-snoeptomaatjes. Tomaten, die komen toch uit Nederland? Nee, deze komen uit Tunesië. Fair Trade creëert banen, zorgt dat de boeren een faire prijs krijgen, en meer kinderen naar school kunnen. Maar alleen met deze fairtrade-tomaatjes schiet dat niet zo op, toch? Op deze afdeling zie ik ook veel grootverpakkingen, van bijvoorbeeld uien: alleen per kilo. Eigenlijk heel weinig voor kleinere huishoudens. Alleen het fruitpakketje voor € 1,-, bestaande bijvoorbeeld uit een banaan, twee mandarijnen en een sinaasappel, voorziet in de behoefte van kleinere huishoudens.

In de winkel zie ik veel cross-selling: op de versaf­delingen kaas met wijn, worst en noten, wijnac- cessoires en noten bij de wijn, verse limoenen bij het Corona-bier, haken met Stegeman-worst bij de wijn, bakhulpjes bij het bakschap. Jammer dat de prijzen van de non-food moeilijk te vinden zijn, dat werpt toch een drempel op. Ook incidenteel een misser: hutspotkruiden bij de kant-en-klare boerenkoolstamppot. En ik zie her en der in lokale artikelen, zoals bij de bieren het Edenaertje, jaze­ker, uit Ede.

Door de hele winkel communiceert Hoogvliet over een spaaractie voor gratis keukenhulpjes van het merk Zyliss. Met 30 zegeltjes, die je krijgt bij elke € 10,- opgeteld dus voor   €300,- aan boodschap­pen – heb je al een gratis steakmes, kaasmes of bamboesnijplank. Toch wat laagdrempeliger dan de spaaractie van Albert Heijn voor pannen van Vivo (van Villeroy & Boch), waar je 60 zegeltjes moet sparen, in totaal dus € 600,-, en minimaal € 6,99 moet bijbetalen voor de goedkoopste steelpan, maar bijvoorbeeld € 39,99 voor een gietijzeren pan. (Ik vraag me af in hoeverre dit soort spaaracties met elkaar concurreren: blijft de trouwe AH- bezoeker pannen sparen en de trouwe Hoogvliet- bezoeker keukenhulpjes, of switchen klanten en zo ja, tijdelijk of langer?)

Op verschillende plekken zie ik displays, bijvoor­beeld eentje met ‘Hollandse producten’ als thema: een wonderlijke combinatie van pannenkoeken­mix, stroopwafels, Wilhelmina-pepermunt, drop, erwtensoep en tulpen.

Aan het eind van de winkel tref ik een non- foodafdeling, met aanbiedingen op in-outbasis, van wafelijzers, emmers, tot kaarsen en lucifers. Een aanbod waarmee Hoogvliet weer meer op een discounter lijkt, maar Hoogvliet heeft dan ook een verleden als ‘soft discounter’.

Het gevoel: een hele andere winkel dan de gemid­delde servicesupermarkt; voor een heel ander pu­bliek. Hier zijn weinig elementen terug te vinden van de inmiddels gesloten Hoogvliet Versmarkten als verse pizza’s of verse kant-en-klaarmaaltijden. En er is een ander soort assortimentshelden of ‘product hero’s’, zeker niet de premiumproducten onder huismerk zoals AH met Excellent. Minder trendy assortiment, meer Hollandse kost voor Hol­landse mensen, gestampte pot, stevige kost, voor bouwvakker en vrachtwagenchauffeur.

Kan ik zomaar zien waarom dit de beste Hoogvliet is? Nee, dat blijft moeilijk. Niettemin, goed gevulde schappen, nette winkel, een vriendelijke caissière die een praatje aanknoopt, gratis parkeren, een prettige winkelbeleving.

Om de hoek nog even een rustige Ekoplaza bin­nengelopen en een versgebakken biologische frambozencrumblekoek gekocht. Kijk, zoiets vind ik dan bij Hoogvliet niet, daar is het niet de formule voor.

Deen, IJburg, Amsterdam

Deen, IJburg, Amsterdam

Deen is al langer bezig het marktgebied groter te maken dan de traditionele thuisregio. Het zakt zodoende ook verder het zuiden van Noord-Holland in. En zo heeft de keten onlangs twee vestigingen geopend, een in Amstelveen en een op het Amsterdamse wooneiland IJburg.

IJburg is een nieuwe wijk, op een opgespoten eiland, ten oosten van Amsterdam. De winkel op IJburg is de derde supermarkt op het eiland en heeft een prachtig uitzicht over het IJsselmeer, vlakbij de bekende strandtent Blijburg. Verder is het waarschijnlijk een van de kinderrijkste wijken van Nederland of zelfs Europa. Hoe ziet zo’n Deen er dan uit? Want de Westfries uit Hoorn en andere Noord-Hollanders zijn toch van een ander, nuch­terder slag dan de kosmopolieten uit de hoofdstad. Van de andere kant, dit hier is inmiddels al de zesde Amsterdamse Deen, de Westfriezen aan de Hoornse Kernweg (in het hoofdkantoor dus) zullen inmiddels wel weten wat de Amsterdammer zoal wel en niet wil.

Nou, het blijft een echte Deen, maar wel met – voor mij – nieuwe elementen. Allereerst valt het me op dat er hier producten bij elkaar staan als ze tot ‘hetzelfde soort’ behoren: bij de agf-afdeling niet alleen verse en gekoelde groente, maar ook de diepvriesgroente en conser­ven. Bij de verse vis visconserven en diepvriesvis. En houdbare zuivel naast de zuivelkoeling. Het maakt de winkel overzichtelijker.

Achter in de winkel vind je het brood, de kaas en de tapas, allemaal met lagere stellingen en een tafel, wat ruimte creëert. Kaiserbroodjes worden de hele dag gebakken, ‘vanaf deeg’, zoals dat heet.

Ook vind ik verse sushi, die ik er kan proeven als ik er ben. Ik had gelezen dat er vanaf 14.00 verse sushi in de winkel gemaakt wordt. Hier is dat ech­ter al vóór de lunch gestart. Want waar scholieren elders in ons land vooral chips en energiedrank kopen tijdens de lunch, komt hier een grote groep scholieren juist voor de sushi. Ook de volwassen IJburgers kopen die kennelijk gretig: ik krijg te horen dat dit filiaal een van de drie beste sushiverkopers van alle Deen-winkels is.

Zelf pindakaas malen

Je mag ook een en ander zelf doen, zoals zelf ana­nas schillen in een machine. En er is een pinda­kaasmachine. Zelf pindakaas malen, wel bijzonder maar ik denk meteen: ‘leuk voor één keer en dat is het dan wel’. Maar nee, de herhalingsaankopen zijn er. De prijs doet ook mee: € 1,-, Deen overvraagt niet. Eens kijken hoe snel de pot van hier thuis leeg zal zijn.

Het is zo her en der sfeervol gedecoreerd hier: steigerhout, kistjes en bakken. Gemaakt door de sociale werkplaats, ergens in Noord-Holland. Maatschappelijke betrokkenheid? Eh, ja. Waar­schijnlijk ook goedkoper dan een interieurbouwer. Goed ziet ook de afdeling buitenlandse kaas en olijven eruit, met ‘maak je eigen kaas­plankje’. Ziet er lekker uit, betaalbare kaasjes, en er wordt geregeld gewisseld. Allemaal onder de € 2,-, best scherp geprijsd, zeker vergeleken met de grote blauwe marktlei­der. De afdeling is in het weekend te klein, hoor ik. Daarnaast een mooie tafel met tapasschaaltjes, droge Spaanse worsten en ambachtelijke kaas. Droge worst is vaak moeilijk te vinden, vaak ook op verschillende plekken in de winkel, maar hier vind je die snel.

Ronde prijzen

Die ronde prijzen van vooral € 1,- komen overal in de winkel terug. Op de foodclipstrips die her en der in de winkel hangen, met bijvoorbeeld pijnboompit­ten voor bij de salades en noten voor in de yoghurt. En op de agf-afdeling: pick & mix, € 1,- voor 500 gram, van verschillende groenten, veel losse produc­ten. En verder bij non-food op allerlei plekken in de winkel, ook voor € 1,-: scharen, openers, feestartike­len. Stofhappers, lijkt mij, maar omdat IJburg geen Action heeft, is het volgens de bedrijfsleider niet aan te slepen. En al die rode eurostickers werken ‘prijsgeruststellend’.

De doorgaans oneindig lange zuivelkoelingen zijn in deze Deen door houdbare artikelen onderbroken, zoals muesli, een soort ‘family grouping’, waar Deen enkele jaren geleden mee is begonnen. Verder blijkt IJburg zo kinderrijk te zijn dat de melkinname nauwelijks bij te benen is, kleinere items zijn gesneuveld om genoeg 2-litercans op voorraad te hebben.

En tot slot kom ik uit bij: wijn en speciaalbier. Weer het karakteristieke hout waarin de wijnen gepresen­teerd staan, oogt kwalitatief, en het is op een ruim plein waar ik rustig even een wijntje kan uitzoeken. De rode wijn staat wel tegen een buitenwand van glas. Als dat maar niet te warm wordt in de zomer. Ik word gerustgesteld: aan een warmtewerende, isolerende afscherming wordt nog gewerkt.

Voor veel bewoners is Deen weliswaar een nieuwe naam, maar aan deze kant van IJburg was nog geen supermarkt, zo is er sinds de opening een behoor­lijke aanloop geweest. Daarnaast biedt deze Deen het eerste uur gratis parkeren, terwijl AH en Vomar daar € 1,50 voor vragen.

En Albert Heijn gaat een beetje helpen: nu deze Deen vier weken open is, gaat de AH verderop voor een verbouwing twaalf dagen sluiten. Een mooie reden voor AH-klanten om eens hier bij Deen te komen kijken, klinkt het. Inderdaad, maar als straks die AH heropend wordt, gaat iedereen daar weer kijken. Ze zijn in Zaandam ook niet gek.

De nieuwe stads-Coop in Amersfoort

De nieuwe stads-Coop in Amersfoort

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is eerder verschenen in de Foodpersonality.

In hartje Amersfoort heeft Coop vorige maand een soort ‘stads-Coop’ geopend, in het pand waar voorheen een Albert Heijn gevestigd was. Albert Heijn is verhuisd naar een grotere winkelruimte verderop, waar meer parkeermogelijkheden zijn. We kennen de Coop-supermarkten, de kleine vari­ant Coop Compact en bijna twee jaar nu de grote- stadsvariant Coop Vandaag (twee in Rotterdam). Deze Coop is geen Coop Vandaag, maar ook geen reguliere Coop-supermarkt. Hij zit zo’n beetje tus­sen die laatste twee in. Bijvoorbeeld qua formaat. (Qua openingstijden niet: van 8 uur ’s ochtends tot tien uur ’s avonds. Dat is zoals het een grotestads- super betaamt.)

Bij binnenkomst loop je eerst links tegen een tafel aan met broodjes, koeken en kaasstengels; de afdeling ‘vers gebakken’, met taart, gevulde koeken, stokbrood, broodjes en brood. Daarnaast ‘de keuken, zoals we dat van Coop Vandaag al kenden. Met de aanduiding ‘lekker en snel’, waar prominent de versbelegde broodjes klaarliggen, maar ook salades gemaakt worden en waar je verse hangop kunt tappen, met een topping van fruit of muesli. De hangop wordt geleverd met een lepeltje, de salade met bestek. Verder een groot koffiemeubel waar je bonenkoffie van DE in meeneembekers kunt tappen. En interessante combideals (ook een element uit Coop Vandaag): voor € 1,00 heb je een cappuccino, thee of warme Chocomel met een appelflap, gevulde koek, crois­sant of muffin. De impulskoeler die ik eerder bij Coop Vandaag zag (met de ijskoffie en sapjes), staat daarachter, maar valt wat weg bij de promi­nente yoghurttap. We zien: alle varianten koffie voor € 0,50, broodjes € 3,00, de lunchsalade € 2,50 en de hangop voor € 2,00. Het moet allemaal aantrekkelijk geprijsd zijn. Om half vijf ‘s middags verandert de broodjes- corner in een maaltijdenafdeling: met Italiaanse, Hollandse en oosterse maaltijden uit de keuken. Om de klant eraan te laten wennen, zien we ook hier weer korting: € 3,99 i.p.v. € 5,00. Volgens de uitleg van de medewerker achter de counter: op je bord leggen, paar minuutjes warm maken in de magnetron en klaar.

Pas dan kom ik in het traditionele supermarkt- gedeelte, met agf, vlees/vis etc. en dkw. Bij Coop Vandaag in Rotterdam was vers vooral gericht op kleine huishoudens: los verkochte agf en vlees verpakt in porties voor één of twee personen. Maar hier is agf veelal voorverpakt in hoeveelheden voor een heel gezin en bij vlees zie ik ook meer gezins- producten, zoals runderlappen en een aanbieding voor vijf schnitzels. Kortom, Coop verwacht dat de doelgroep van deze winkel meer uit traditionele gezinnen bestaat dan uit een- of tweepersoonshuis­houdens. Een van de paradepaardjes van Coop, het ‘Wat eten we vandaag?’-meubel, met een recept en alle ingrediënten voor deze maaltijd, komt in deze winkel niet echt uit de verf. Tegengesteld aan de looprichting, moet de andijviestamppot met gehaktbal de koeling delen met aanbiedingen van aardappeltjes en gesneden groente. De dkw omvat meer dan een Coop Vandaag, maar minder dan een Coop-supermarkt. Alles is ver­krijgbaar, waarbij de wijn er uitspringt; een wijn­schap, ook die mooie lichte houten kistjes en een koeling van twee meter met witte wijnen. Ook is er nog ruimte gevonden voor een groot schap met biologische artikelen o.a. Smaakt en Bio Today.

Bij de uitgang: twee zelfscankassa’s, twee gewone kassa’s en de servicebalie. Achter de servicebalie zie ik een piepkleine slijterij en ik zie een ov- chipkaartlader, een pinautomaat, een pakketdienst van PostNL, een magnetron en een tap met gratis water. Aan het raam een barretje en barkrukken om te pauzeren met je hapje of drankje. Daar vind ik ook een bestelformulier. Lunch of diner, ‘vers in eigen keuken bereid’, bestemd voor vooral de kleine zakelijke klant. Je kunt aankruisen welke broodjes, salades of maaltijden je wilt, naam en telefoonnummer invullen en klaar. Afhalen in de winkel.

Het is een echte mandjesklantenwinkel. Ik heb weliswaar welgeteld één klant met een winkelwa­gen gezien, afgezien van iemand van de technische dienst, die een winkelwagen ook handig vond voor zijn gereedschap. De rest had allemaal of een mandje, of helemaal niets. Je weekboodschappen doe je hier niet, al was het maar omdat je niet met je wagentje naar je auto kunt lopen. De parkeerga­rage is 100 meter verderop.

Aanvankelijk vreesde ik dat deze Coop op twee ge­dachten hinkt: de passant voor out of home-artike- len en de boodschappenklant. Op twee gedachten hinken is doorgaans riskant, op het laatst sta je dan met lege handen. Maar nee, het is in deze Coop best druk. Op verschillende tijdstippen. Dat weet ik, omdat het in Amersfoort is, waar ik woon. Zodoende ben ik deze Coop al een paar keer binnengelopen, op wis­selende tijdstippen. Gezien de verstedelijking en de toename van kleinere huishoudens is het niet gek dat heel wat formules aan ‘stadsvarianten’ sleutelen. Coop is ze­ker niet de enige die hiermee experimenteert; denk aan Spar-varianten, AH To Go, die ene kleine Dirk in Amsterdam, de cityvariant van Jumbo tot nu toe in Groningen etc. Zeker weet ik het niet, maar het lijkt erop dat Coop deze variant al redelijk uitgekristalliseerd heeft, ondanks dat dit hier dan geen Coop Vandaag mocht heten. Alle keren dat ik er binnen ben geweest, was het er druk genoeg om me het gevoel te geven dat deze Coop goed draait hier.

‘Het nieuwe eten’ bij AH Gelderlandplein

'Het nieuwe eten' bij AH Gelderlandplein

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is eerder verschenen in de Foodpersonality.

Albert Heijn meldde in de media over de start- ups die een kans krijgen om hun nieuwe product aan de klanten te tonen en te laten proeven in de AH in winkelcentrum Gelderlandplein, in Amsterdam Buitenveldert. Dat klinkt als een interessant initiatief. Naar Buitenveldert getogen voor een kijkje.
Tegenover de sushibar en Deli Kitchen is een eiland gemaakt voor de start-ups, opvallend geplaatst en in de 100%-looproute. Een eenvoudige, maar effectieve opstelling met een banner, wat kistjes en twee koelingen. Iedereen komt erlangs.
In de week dat ik er ben, is Jennifer’s Flatbread het gepresenteerde bedrijf en product (het bedrijf van Jennifer Westgeest, die al jaren in de sector werkzaam is, waaronder ook een tijd als category manager voor maaltijden bij AH). Flatbread kennen we al, maar wat leuk is, is dat Jennifer het aanbeveelt om salade op je flatbread te doen. En alle ingrediënten voor drie lekkere recepten staan er ook, net als een van de vijf dressings. Klinkt als een goed idee, flatbread en salade. Bij het eten van alleen salade ontbreekt vaak nog wat, en dan is zo’n knapperig flatbread als de aanvulling bij een salade een origineel idee.

Ik vind het in deze grote AH mooi gepresenteerd: het oogt als een volledig concept, drie recepten erbij, vegetarisch, met zalm en met andere vis. En alle andere ingrediënten en onderdelen om die recepten te kunnen maken, zoals spinazie, komkommer, ui, appel en zalm. Samen met het flatbread heb ik het gekocht en ’s avonds meteen gegeten. Viel in de smaak.
Hoe reageren klanten? Nieuwsgierig. ‘Wat is dat dan?’, even proeven van de dressing met een stuk komkommer. Jennifer vertelt dan intussen over wat flatbread is en hoe ze aan de keuze van haar vijf dressings is gekomen – de leverancier kan er dus tegenover AH-klandizie aan ‘storytelling’ doen. Ze heeft een keuze gemaakt om een dressing mee te nemen deze week, de variant honing- mosterd-tijm. Maar er zijn dus nog vier dressings die erg lekker klinken. Jennifer’s Flatbread is verder ook verkrijgbaar in het foodservicekanaal, bijvoorbeeld bij Deli XL.
Jennifer’s Flatbread is een van de vier initiatieven van start-ups die Albert Heijn deze maand aan klanten laat zien en laat uitproberen.
De eerste week stond er Tea by Me, thee van Nederlandse bodem, om te kopen of om zelf te kweken. De tweede week Groentenbrood, waar het water in brood vervangen is door sap en pulp van verse groenten. De week dat ik er ben, dus Jennifer’s Flatbread en de daaropvolgende week zijn de ‘vegan’ taartjes en koekjes van Sharp aan de beurt. Zonder gluten, biologisch en geen toegevoegde suikers.
Waarom doet AH dit? Het past in de Albert Heijn-strategie van ‘het gezondste en geliefdste bedrijf van Nederland’ worden. Het sluit ook aan bij de Product Pitches, die AH sinds een paar jaar in samenspel met veelal kleinschalige fabrikanten doet om de assortimentsinnovatie aan te wakkeren. Maar dit is meer. Bij een product pitch wordt je product wellicht opgenomen in een aantal winkels, maar staat dan gewoon in het schap en valt wellicht ook weg tussen alle andere 25.000 producten. Hier, in deze AH, staat ‘de kleine fabrikant’ niet in het schap, maar krijgt hij als illustratie van ‘het nieuwe eten’ een podium. Het wordt getoond, je kunt het als klant proberen en het staat zo compleet mogelijk op de winkelvloer. De gekozen producten en bedrijven sluiten zoveel mogelijk aan bij ‘gezond en innovatief eten’, waar AH voor wil staan. En het is verrassend voor de klant. Klanten worden betrokken bij het testen van nieuwe producten en beslissen zo mee. Verrassend en op een manier die bij AH past: het nieuwe eten, on trend: vegan, groente, salade en thee.
AH is in mijn ogen nog steeds een strak geleide machine, waar vaak maar weinig ruimte is voor kleine initiatieven. Dit initiatief is in korte tijd en met weinig kosten opgezet. Meer ‘agile’, is kennelijk de gedachte van AH. Eigenlijk wordt iets wat bij AH To Go al een paar jaar werkt, nu ook bij AH XL voorzichtig uitgeprobeerd.
Ik weet alleen niet of alle klanten beseffen dat het een test is en dat het product na deze week wellicht niet meer verkrijgbaar is. En de vraag is natuurlijk hoe dan verder na deze 4 weken? Wekelijks doorgaan hiermee? En hoe dan uitrollen naar meer winkels? Zijn alle XL’s hiervoor geschikt? En hoe kan ik dan deze producten na deze week als consument nog bemachtigen?
Maar als ik zulke vragen kan verzinnen, ga ik ervan uit dat er ook genoeg mensen bij AH op het hoofdkantoor zijn die die vragen bedenken, en daar een antwoord op gaan bedenken. Want een weekje productpresentatie is natuurlijk slechts een aanzet tot meer.
Een verfrissend en innovatief initiatief, waarbij Albert Heijn de klanten direct laat meepraten, meekijken en mee uitproberen. Passend in de tijd om je klanten erbij te betrekken, die betrokkenheid te vergroten en een dialoog met hen aan te gaan. Ik denk dat we hier nog wel meer van gaan horen.

Boon’s Markt in Beesd

Boon's Markt in Beesd

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is eerder verschenen in de Foodpersonality.

Afgelopen december is Boon’s Markt in Beesd geopend, de plaats die ‘wij in de branche’ meteen associëren met het hoofdkantoor van Superunie. Deze winkel is de eerste van de nieuwe genera­tie Boon’s Markten. In Linschoten waren al wat nieuwe elementen getest, maar Beesd zou de blauwdruk zijn voor alle verdere Boon’s Markten. Deze in Beesd is hiervóór een MCD geweest. MCD zal geleidelijk verdwijnen en plaatsmaken voor Boon’s Markt, liet Boon bij monde van directeur Willem Boon vorig jaar weten.

Beesd heeft even moeten wachten op deze nieuwe supermarkt, omdat Boon niet alleen wilde om­bouwen, maar ook wilde uitbreiden. Maar eens een kijkje nemen in Beesd.
Boon’s Markt zit aan het Dorpsplein. Momenteel wordt het plein verbouwd, dus parkeren is even een uitdaging. Als je bij Boon’s Markt binnenkomt, zie je nog voor de poortjes een scherpe aanbieding spruiten: 2 x 500 gram voor € 1,00. Een onderscheidende prijskraker is dat ook weer niet, want spruiten zijn bij elke formule spotgoedkoop, maar ’s winters de spruitenconsumptie bevorderen kan nooit kwaad.

Ook zie je direct links een Primera, met kranten en tijdschriften, bloemen, cadeautjes en uiter­aard tabak. Die Primera zit vóór de poortjes. Het lijkt een onderdeel van Boon’s Markt. Zou Boon ook franchisenemer van Prime­ra zijn hier? Of is dat gewoon een opmerkelijke samenwerkingsvorm?

Dan kom je op het ruime en overzichtelijke versplein. Ertegenover zie ik een koelvitrine, met een maaltijdsuggestie onder de noemer ‘Wat eten we vandaag?’. Alle onderdelen voor een ham­burger liggen er, tegen een aantrekkelijke prijs en in een goed uitgevoerde presentatie. Verder veel houten kistjes op dit plein, en ook rondom versafdelingen van de slagerij (mét slager), de bakkerij met ovens en de kaasafdeling.

Er is veel personeel dat producten verwerkt, bij de slagerij wordt gegrild en er worden belegde smulbroodjes met spek en kaas gemaakt, voor thuis in de oven. Bij de bakkerij worden broodjes en snacks gemaakt.

Ik zie een ruime sortering kaas in de bedie­ning, met een ‘kaaskiesterminal’, met de naam ‘Cheesius’. Dit blijkt bij naderhand nazoeken de ‘kaascomputer’ te zijn die leverancier Zijerveld heeft ontwikkeld. Ik vraag me af of die veel ge­bruikt wordt. De kant-en-klare kaasplankjes voor € 5,00 die erachter liggen, spreken mij althans meer aan. Maar dan mis je natuurlijk de wijnsuggestie: carpaccio met geitenkaas – een van de tips – sla ik toch even over.

Deze Boon’s Markt pakt ook veel ruimte voor een presentatiemeubel met koeken en maar liefst twee koelvitrines met gebak.

Al met al een enigszins traditioneel aanbod, dat het in een dorp als Beesd goed zal doen, denk ik. Terug op de agf-afdeling is er een ruim assorti­ment in relatief ondiepe schappen. Boon heeft kennelijk gekozen voor een ruim aanbod dat vers moet zijn en blijven, bij een beperkte derving, dus hanteert het een beperkte voorraad. Wel behoorlijk veel scherpe agf-aanbiedingen.

Daarna kom ik via een doorgang bij de dkw: de gezellige sfeer van het versplein slaat hier om in lange gangpaden, met blauwe actiekoppen. Strak, ook de houten bordjes bij de wijn met smaak- aanduidingen verhelpen dat niet echt. Daarmee zeg ik natuurlijk niet dat bij andere formules dkw altijd een avontuur is.

Het is druk als ik er ben. Overal staan klanten met elkaar te praten. Een echte dorpswinkel, ken­nelijk kent iedereen elkaar wel zo’n beetje hier. De betrokkenheid van de mensen uit Beesd bij deze Boon’s Markt blijkt ook uit een bericht dat ik na­derhand op internet vind: eind 2014 heeft Boon de klanten van die toenmalige MCD in een bus meegenomen naar een Boon’s Markt in Woudrichem, om hen alvast een kijkje te laten nemen in de supermarkt die zij in Beesd zouden krijgen.

Tja, wat vind ik ervan? Het is een moderne en complete dorpssupermarkt, met een vrolijke, on­derscheidende huisstijl en met veel prijssignalen om de ongeveer 4.700 inwoners uit Beesd ervan te overtuigen dat ze voor een compleet aanbod en scherpe prijzen niet helemaal naar grotere plaatsen als Geldermalsen of Leerdam hoeven te rijden. Daarmee lijkt Boon op dorpswinkels van Coop of Spar en andere formules die Superunie-lid zijn, met de nadruk op vers en dagelijkse boodschappen. Boon heeft zeker voor sommige onderdelen ook duidelijk gekeken naar andere formules: de tegels op het versplein en het gratis fruit voor kinderen doen me sterk aan Emté 3.0 denken. Het ‘Wat eten we vandaag?’-meubel doet me aan Coop denken. Ook het assortiment dat meer dorps dan stads is, doet me denken aan andere regionale formules met relatief veel vestigingen in dorpen. En die bij ‘foodinnovaties’ eerst de kat uit de boom kijken, om af te wachten of zoiets een ‘frats uit de grote steden’ blijft of dat het bij een groter publiek gaat aanslaan. Met best veel vakmensen en personeel dat jou, klant, kent en een praatje met je maakt.

De openingstijden zijn prima, maandag t/m zaterdag van 8 tot 8; zo kunnen de inwoners van Beesd door de week ook nog na het werk bood­schappen doen. Op zondag dicht, maar dat is wel begrijpelijk, gezien de christelijke gezindte van deze regio (het kan ook met de gezindte van het bedrijf Boon zelf te maken hebben).

Kortom, zo kan elk dorp toch z’n eigentijdse supermarkt behouden.

Het ‘verspillingsschap’ van Jumbo Verberne

Het 'verspillingsschap' van Jumbo Verberne

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is eerder verschenen in de Foodpersonality.

Jumbo-franchiser George Verberne in Wageningen is met een ‘anti-verspillingsschap’ begonnen. Een schap vol met producten, gemaakt van groente etc., die anders weggegooid zouden worden en die gebruikt zijn voor het maken van nieuwe producten. Op naar Wageningen. Daar aangekomen valt het niet te missen: een grote banner en vlaggen boven de ingang met ‘Verspilling is verrukkelijk’ en ‘Stel je eens een wereld voor, waarin we nooit meer eten hoeven weg te gooien.

De producten zijn gemakkelijk te vinden: prominent gepresenteerd, direct na de agf-afdeling, op de kopstelling – de mooiste houdbare schapmeter van de winkel, denk ik – staat deze display, met erboven: ‘Verspilling is verrukkelijk – powered by Jumbo Verberne Wageningen’. Een houten kopstelling met zeven planken, met: de soepen van Kromkommer, ketchup van, jawel, The Ketchup Project, jam van Potverdorie!, granola van Yespers, ‘Bammetjesbier’ en Pieper-bier van Instock, ‘ginger-lemon icetea’ van Thystea, sappen en ciders van Betuwse Krenkelaar en pastasaus in blikken (met de naam ‘Ragu’) van leverancier Coco… ik tel al snel negen verschillende leveranciers.

We gooien in Nederland per jaar zo’n 41 kilo voedingsmiddelen per persoon weg, deels doet de consument thuis dat, deels verdwijntdit al voordat het
bij de consument aankomt. Kromme komkommers, ‘penen met twee benen’, tomaten die doorgedraaid worden, brood dat niet verkocht is. Het kabinet heeft zelfs voor de komende vier jaar € 7 miljoen vrijgemaakt (voor innovatie, onderzoek, voorlich­ting etc.) om voedselverspilling te bestrijden. Het beste is natuurlijk verspilling voorkomen, dat kan deels door de houdbaarheidsdatum van langhoudbare dkw als rijst en pasta af te halen, of om te katten naar ‘ten minste heerlijk tot .’, zoals ik op bier zie staan. Maar ook door ruimere wetten om overschotten aan voedselbanken te doneren. En door producten die anders wegge­gooid worden tot andere producten te verwerken, zoals deze hier, gemaakt van brood, zuivel, agf en vlees. Het Instock-bier is gebrouwen van brood of aardappelen, de jams, soepen en dranken bevat­ten veel ‘gered’ agf.

Er komt volgens mij wel heel wat bij kijken: aller­eerst producten verzamelen, in de praktijk bete­kent dit dat je dat bij bijvoorbeeld supermarkten of boeren ophaalt. Vervolgens al die producten tot lekkere (en houdbare) producten verwerken en dan nog een afzetkanaal vinden. Om lekkere producten te maken, heb je crea­tieve koks nodig, die goede recepturen maken. Persoonlijk vind ik de jamsmaken van Potverdo­rie! zeer geslaagd: de variant met kersen, krenten en kaneel is erg lekker en onderscheidt zich ook duidelijk van de reguliere smaakvarianten. Maar ook het bier, de soep en de ijsthee doorstaan de smaaktest bij ons thuis met glans. Daarnaast moeten de producten aan allerlei eisen voldoen, zoals HACCP, ean-codes en juiste infor­matie en declaraties op de verpakkingen. MVO Nederland blijkt daar een faciliterende rol in te hebben vervuld. Ondanks de barrières zijn al heel wat Nederland­se bedrijven en bedrijfjes bezig voedingsmiddelen te ‘redden’, meestal opgericht door ‘bevlogen’ ondernemers, die kleinschalig de grote wereld- voedselvraagstukken een beetje willen oplossen.

Ik kan me het zo voorstellen dat voor die negen leveranciers de logistiek en de productbeschikbaarheid een uitdaging zijn. Want hoe maak je tomatensoep of ketchup als er een tijd lang geen tomaten te redden zijn? Maar daarom wisselt bij de meeste van deze producenten het assortiment, afhankelijk van de aanvoer. Als ik vaste klant van Jumbo Verberne was, zou ik dat geen probleem vinden. Ik zou juist altijd kijken of er weer iets nieuws in dit meubel staat.  Het prijsniveau is wel een puntje van aandacht: € 7,50 voor appelsap was me toch te gortig. Maar de meeste producten zijn, hoewel iets duurder dan de reguliere producten, redelijk geprijsd. Dat geldt trouwens zéker voor de ‘kromkommers’ op de agf-afdeling. Die worden verkocht voor dezelfde prijs als de rechte komkommers, en zo hoort het ook. Benieuwd hoe consumenten daarop reageren. Of ze die net zo vaak kopen.

Iets zegt me ook dat Wageningen het goede marktgebied is: Wageningen barst van de stu­denten die in agrarische en voedselvraagstukken geïnteresseerd zijn, studerend aan de Wageningen Universiteit. Voor hen is Verberne’s initiatief een reden om naar zijn Jumbo te gaan. Verberne – vertelde hij mij – was twee jaar gele­den bij een ‘verspillingslunch’ van de Rabobank en werd daar ingevoerd in allerlei wereldwijde voedselvraagstukken. Bovendien begon hij met een Jumbo in een gebied dat ook ‘Food Valley’ heet. Hierdoor begon hij zich steeds meer te inte­resseren voor voedselvraagstukken en dit schap is daar een illustratie van. Hij laat ook Wageningen- studenten onderzoek doen naar de beweegrede­nen van zijn klanten. Hij vindt zijn pilot geslaagd als in de komende jaren meer winkels dit zullen navolgen, van welke formule dan ook.

Tot slot is dit voor Jumbo een mooie test. Eerdere testen van bijvoorbeeld de Verspillingsfabriek en Plus waren gestrand; de reden is niet naar buiten gebracht is. Daarnaast zien we natuurlijk initiatieven met agf, zoals de Buitenbeentjes bij Albert Heijn. Jumbo zelf doet het nog niet zo goed volgens de consument op het gebied van duurzaamheid: volgens de ranglijst van GfK van onlangs is Jumbo 11de van de 16, op de lijst van ‘duurzaamste supermarktformule van Nederland’. Opschalen – binnen meer Jumbo’s, bijvoorbeeld – kan nog best lastig zijn, maar zolang er nog veel komkommers, tomaten, aardappelen en broden te redden vallen, is het de moeite waard – het zou toch ook op in-outbasis kunnen? 

Jumbo City, station Eindhoven

Jumbo City, station Eindhoven

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is eerder verschenen in de Foodpersonality.

Aan de voorzijde van station Eindhoven, aan de kant van de Bijenkorf en Primark, heeft Jumbo zijn eerste Jumbo City geopend. Of nee, zijn tweede, het is maar hoe je het bekijkt: de eerste, in Groningen, heet immers Foodmarkt City by Jumbo. Deze in Eindhoven heeft dus een nieuwe naam. Maar is het een kopie van Groningen of juist helemaal anders? Op naar Eindhoven.

De winkel zit nog net voor de toegangspoortjes zodat je er ook zonder je ov-kaart te scannen iets kunt kopen. Na binnenkomt loop ik links tegen het losse fruit aan, met bananen als blikvanger, rechts staan de koffieapparaten. Jumbo City is een en al vers, zeker visueel. Direct na de koffie en het fruit: een impulskoeler met vers getapte yoghurt met muesli en met sapjes. Dan loop ik af op wat ik dan de La Place-counter noem: broodjes met kruidenkaas, zalm en serranoham, maar ook warme frikandelbroodjes, saucijzenbrood­jes (al dan niet halal) en als trekker Brabantse worstenbroodjes. Daarnaast de versgemaakte sushi en pokebowls, die de pizzacounter van de Foodmarkt City by Jumbo in Groningen blijkbaar vervangen. Verse sushi maken: dat vereist de nodige expertise, maar Jumbo heeft daar met Jumbo Foodmarkt vast de nodige ervaring mee opgedaan. Het is duidelijk dat je hier zowel voor ontbijt, lunch en diner als voor tussendoor iets lekkers kunt halen. Tegenover de counter staan lage koe- lingen met broodjes en wraps, en rechts een hoge koeling met salades, groentesnacks en gekoelde maaltijden. In die koeling zie ik ook bakjes zoals quinoa, rauwe spinazie en gekookt ei, de ‘protein pots’ die alle retailers in Engeland nu in het as­sortiment hebben en die uiteraard al naar hier zijn overgewaaid.

Ik ben er net na de lunch, en dat is te zien. De dames achter de counter zijn druk bezig om de broodjes bij te bakken en aan te vullen en kun­nen het ternauwernood bijhouden. Ik begrijp even niet dat ik zelf een broodje kan pakken en gewoon naar de kassa kan lopen om af te rekenen en niet op de dames hoef te wachten. Er ligt ook geen tang bij om iets te pakken. Dus ik sta bij hen een tijdje voor niets te wachten. Maar ja, dat overkomt je als klant ook maar één keer. Daar staan ook de popcorntaps zoals we ook in Groningen gezien hebben. En vlak voor de uitgang staat een magnetron zodat je maaltijden kunt opwarmen.

Zitten kun je hier niet, geen bar of tafels met stoe­len, het is kopen en door naar je trein, bus etc. Verder opvallend, deze winkel heeft in tegenstel­ling tot Groningen vrijwel geen boodschappenas- sortiment voor thuis: geen agf, fruit alleen los, geen vlees, geen vleeswaren en nauwelijks dkw. De enige dkw-artikelen: impulsproducten als chocolade, koeken en snacks. Het is ook maar een kleine winkel en er is een duidelijke keuze gemaakt voor directe consumptie. Dus alle fris­dranken zijn uitsluitend verkrijgbaar in kleinver­pakking en vrijwel alles gekoeld. Behalve bij de frisdranken en chocolade, zie je hier weinig A-merken. In zuivel wat varianten Protein en Skyr van Arla. En wat broodbeleg met Kleintjes van de Ruijter en een soort Calvé-pin- dakaas. En koeken en chips. De rest is vers, met Jumbo als merk.

Een ander opvallend punt is het prijspeil, dat – zoals je van Jumbo verwacht – lager is dan elders: een worstenbroodje voor € 1,-, een waterflesje kost € 0,75, een banaan € 0,50, een gekoeld blikje Red Bull € 1,75. Dat de consument dat weet, blijkt wel uit de enorme rotatie: 500 worstenbroodjes gaan er per dag doorheen. Althans, de mede­werkers vertellen me dat, zij hebben een soort smartphone om hun pols die de rotaties bijhoudt. Terug even naar die prijsconcurrentie: die Red Bull is veel goedkoper dan elders op het station, bij de automaat betaal je € 2,50 en bij de AH To Go… daar ga ik nog naartoe. En dan afrekenen: snel een koffie halen en afreke­nen gaat gemakkelijk. Tenminste, als je contact­loos kunt betalen, zo reken je je koffie af. Als je meer wilt, moet je ook nog een keer langs een van de andere kassa’s. Je kunt kiezen uit de bemande kassa of de self-check-out. Voor de klanten in Eindhoven niet altijd even gemakkelijk, de mede­werkers helpen klanten bij het zelf uitchecken.

Ik loop ook even naar de AH To Go aan de an­dere kant van het station. Dat is een wat grotere vestiging, met wél wat boodschappenassortiment. Echter, het ‘on the go’-assortiment voor directe consumptie valt veel minder op. De yoghurt en salades staan in grote koelingen tegen de achter­wand, je moet best zoeken. De groentesnacks zijn uitverkocht of uit het assortiment. Het broodjes- aanbod is veel kleiner en lijkt eerder voorverpakt aangeleverd te worden. De sushi in de koeling wordt hier niet vers gemaakt, maar kost evenveel als bij de Jumbo. AH To Go reageert wel op de prijzen van Jumbo: de Red Bull is verlaagd naar € 1,75, ik krijg te horen dat die eerst € 2,19 was. AH To Go heeft de losse bananen ook verlaagd van € 1,- naar € 0,50. Maar ik kan hier geen goedkoop watertje of worstenbroodje krijgen. Dat worsten­broodje zal AH ook niet toevoegen, denk ik (te veel een afzender van Jumbo, Brabant en zo, en geen echt gezond tussendoortje). AH zal er denk ik wel een goedkoop watertje bij moeten doen.

Ik denk dat AH To Go er een geduchte concur­rent bij heeft op dit station. Als Jumbo deze stads­variant doorzet op locaties waar de consument ook doorgaans een AH To Go kan vinden, dan zal dat in de komende jaren prijsconcurrentie aanwakkeren binnen dit soort gemaks- en grote- stadsvarianten.

Column uit de Foodpersonality 12-2017, geschreven door Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company. Evelyn bezoekt maandelijks een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Reageren? Mail dan naar evelyn@ct-company.nl.