Trade Marketing: Waar je als bedrijf staat, heb je vooral zelf in de hand

Waar je als bedrijf staat, heb je vooral zelf in de hand

Jeroen van de Poll, partner bij de Category & Trade Company, schreef dit artikel voor de Foodpersonality.work van mei 2020.

Trade Marketing wordt door bedrijven verschillend ingevuld. Het vakgebied maakt bij leveranciers vaak een ontwikkeling door. In welke fase sta jij met je bedrijf en waar zou je willen staan in relatie met jouw voornaamste retailers? 

Trade Marketing is de tegenhanger van Category Management aan de leverancierskant en wordt door bedrijven vaak verschillend ingevuld. De discipline zorgt er in de kern voor dat met de producten en diensten van de leverancier de retailer er met zijn categorie en marketingactiviteiten op vooruitgaat, wat bijvoorbeeld resulteert in een betere klantenbinding en meer winstgevendheid.

Trade Marketing zorgt ook voor onderscheidend vermogen tussen leveranciers. Een leverancier met een professionele trademarketingafdeling heeft vaak een andere relatie met de retailer dan leveranciers die dat niet hebben. Je wordt meer betrokken in strategische vraagstukken en kunt mede vormgeven aan het beleid van de retailer. De intensievere samenwerking leidt meestal ook tot een beter resultaat voor de leverancier.
In welke fase je zit, is soms een ontwikkeling, maar meer nog een keuze.

Fundament

Trade marketing is gebouwd op vijf pilaren: business insights, category ontwikkeling, trade communicatie, instore marketing, en kanaalontwikkeling.
Business insights en category ontwikkeling vormen het fundament. Business insights gaat over de analytische kant; vragen als hoe de markt zich ontwikkelt, wat de promo- effectiviteit is, en assortiments-analyses. De trade marketeer ondersteunt daarbij de category manager met het maken van analyses en genereren van inzichten, omdat deze vaak te weinig tijd hebben om dergelijke analyses zelf te doen. De business insights vormen daarbij het vertrekpunt.
Onder category ontwikkeling verstaan we het laten groeien van de categorie. Dat loopt van een categorievisie tot en met dagelijks category management. De basis van de langetermijncategoriegroei is een categorievisie. Vanuit deze visie initieert de leverancier alle activiteiten die bijdragen aan de groei van de categorie. Dit kunnen introducties zijn, maar ook zaken als een vernieuwende assortimentsinrichting, promotioneel beleid, schapvisie of schappenplan.
Een categorievisie wijkt af van een merkvisie. Een merkvisie is gericht op groei van het merk, en als het goed is, draagt merkgroei ook bij aan categoriegroei. Soms leidt merkgroei echter tot verdringing van een ander merk. Een retailer is minder geïnteresseerd in de groei van merk A als merk B of zijn eigen merk terugloopt. Maar als de gehele categorie groeit, wordt de categorie als geheel en bijhorende merken ook interessanter.

Speciaal bier

Als je de business insights en categorie ontwikkeling op orde hebt, kun je beginnen met de andere pijlers: trade communicatie, instore marketing en kanaalontwikkeling.
Trade communicatie gaat over de communicatie met de handelspartners. Door alle verschillende communicatiekanalen te gebruiken, zoals het communiceren in vakbladen of het geven van presentaties over introducties, informeer je de handel over de categorie ontwikkeling.
Instore marketing is een efficiënt middel om de conversie te verhogen en loopt van displays tot aan activatie, zowel in de winkel als in de webwinkel.
De laatste pijler is kanaalontwikkeling. Welke kanalen wil je bewerken en hoe ga je dat doen? Verschillende kanalen hebben ook verschillende rollen. Een voorbeeld is speciaal bier. Dat wordt vaak geïntroduceerd via lokale brouwerijen en horeca, waar de merken langzaam opgebouwd worden. Pas later zijn deze bieren ook verkrijgbaar in het supermarktkanaal.

Trade marketing maakt bij fabrikanten vaak een ontwikkeling door. Wij onderscheiden daarin vijf fases:
– In fase 1 is trade marketing niet meer dan een manier om de afdeling verkoop te ondersteunen met analyses.
– In fase 2 is trade marketing al meer volwassen en geeft men advies aan de verschillende commerciële disciplines.
– In fase 3 is trade marketing verantwoordelijk voor het gehele commerciële proces, maar nog wel in een ondersteunende rol.
– In fase 4 is trade marketing een volwaardige functie en komt het met maatwerk voor een formule of een kanaal.
– In fase 5 wordt de trade marketeer periodiek uitgeleend aan een formule om een belangrijke categorie van die formule te helpen ontwikkelen.
De vraag die leveranciers zichzelf regelmatig moeten stellen is: in welke fase sta je als bedrijf en waar zou je willen staan in relatie met jouw voornaamste retailers?

Keuze

In welke fase je zit, is soms een ontwikkeling, maar meer nog een keuze. Welke prioriteiten kies je als bedrijf, welke klanten en kanalen zet je centraal, bij welke klanten en in welke kanalen zet je de schaarse mensen en middelen in? Vragen die alles te maken hebben met de omzet en marge en waar groei te halen valt. Het heeft dus ook te maken met je positie in de markt. Stel er zijn meerdere grote spelers in de markt; kan ik dan toch gesprekspartner worden op strategisch niveau, of kies je voor de rol van uitdager en draag je een kritisch en vernieuwend verhaal uit. Op basis van dergelijke keuzes richt je vervolgens je bedrijf en afdeling in, zodat je langdurige categoriegroei realiseert.

Category Management: Denken vanuit de consument en shopper

Denken vanuit de consument en shopper

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, schreef dit artikel voor de Foodpersonality.work van mei 2020.

Category Management is een samenwerking tussen retailer en leverancier, maar bovenal het verplaatsen in de consument en shopper. Hoeveel tijd en aandacht geef jij jezelf eigenlijk om die kennis te vergaren?

Category Management is een relatief nieuw vakgebied, ontstaan in de jaren 90 en kwam overwaaien uit de Verenigde Staten. In plaats van focus op inkoop van producten ontstond er een combinatie van inkoop, marketing en verkoop. Category Management is dan ook een samenwerkingsmodel tussen retailer en leverancier. Hoewel een retailer het misschien niet altijd zo zal zeggen, zijn er vier dominante criteria:

  • Helpt deze leverancier (en zijn producten) mij om meer omzet te behalen?
  • Wat is de financiële performance van de categorie en de leverancier?
  • Helpt de leverancier mij in mijn differentiatie?
  • Zorgt de categorie dat de binding met mijn shoppers sterker wordt?

Category management begint met denken als shopper. Elk bedrijf zal zeggen dat ze denken vanuit de shopper, maar vaak stellen ze vragen in onderzoek zoals ‘wat vind je van mijn product?’. Dan stel je niet de consument centraal, maar kijk je naar de shopper door de bril van jezelf als leverancier. En krijg je automatisch productgerichte antwoorden. Terwijl shopper denken betekent dat je denkt vanuit het leven van de consument en shopper. Hoe ziet het leven van klanten eruit? Welke uitdagingen en problemen ervaren consumenten in hun dagelijkse leven, en hoe biedt jouw winkel of producten daar een oplossing voor?

Een mooi voorbeeld is de salade in zak. Als je de consument vraagt ‘wat vind je van onze krop sla?’, dan antwoordt de klant waarschijnlijk: prima kwaliteit. Door je te verdiepen in de shopper ontdek je echter dat sla wassen en snijden tijd kost, dat mensen graag meerdere soorten sla door elkaar eten en dat er door de week weinig tijd is om te koken. Al deze dingen samen leiden er toe dat de zakken gewassen en gemengde sla een fantastische oplossing zijn, en dat terwijl salade maken van een verse krop sla verser is. Denken vanuit de consument en shopper leidt dus tot andere oplossingen.

Verdiepen

Dat brengt ons bij de vraag hoeveel tijd en aandacht je jezelf als retailer of leverancier geeft voor het verdiepen van je kennis over de consument en shopper. Realiseer je dat je waarschijnlijk geen afspiegeling bent van de gemiddelde consument. Je weet meer van de producten en hoe je ze moet bereiden, en de kans is groot dat je ook nog eens meer te spenderen hebt dan een gemiddeld huishouden. Daarbij komt dat het voor een consument niet per se om een product gaat, maar eerder over bijvoorbeeld een avondmaaltijd. Dan is het goed om te weten hoeveel een gemiddeld huishouden kan spenderen aan een avondmaaltijd. Een gemiddeld huishouden in Nederland heeft circa 8 euro te besteden per maaltijd voor vier personen, inclusief toetje.

Een ander uitgangspunt in de supermarkt is dat we vaak automatisch uitgaan van gezinnen met kinderen. Vaak stel ik een retailer of leverancier de vraag hoe de verdeling van huishoudens in Nederland is, en velen blijken dat niet goed te weten. Hoeveel procent van de huishoudens zijn gezinnen met kinderen (dus drie of meer personen)? En hoeveel huishoudens bestaan uit twee personen? En hoeveel huishoudens bestaan uit één persoon? Het antwoord vind je onderaan deze bladzijde. Zo ook de vraag of je als retailer of leverancier het assortiment op deze verdeling hebt ingericht, en je bijvoorbeeld rekening houdt met kleinere huishoudens.
Want wat heeft een klein huishouden aan drie slavinken of 400 gram spinazie?

Customer journey

Maar heb je de gehele customer journey, de ‘reis’ die een klant aflegt van het idee voor een maaltijd tot daadwerkelijk alle ingrediënten bij elkaar zoeken in de winkel en het bereiden ervan, al eens doorlopen voor de verschillende doelgroepen? En zo ja, hoe ging de reis? Klopten alle stappen of ging er weleens wat mis? Let je op alle fases van de customer journey, of ben je vooral bezig met het winkelen zelf? En waren er gaps tussen de ideale customer journey en de werkelijke? Category Management begint bij de consument bijvoorbeeld al aan de keukentafel. Die heeft een wens, behoefte of probleem. Om dat op te lossen besluit zij naar een formule te gaan, aangetrokken door een aanbieding uit de folder, een recept van de buurvrouw, et cetera. Deze belofte moet in de (web)winkel waargemaakt worden door alle categorieën, en pas dan volgen de producten en merken. Bij het ideale Category Management leidt de samenwerking tussen retailer en leverancier er dus toe dat de handel en industrie de categorieën optimaal selecteren en beheren waardoor de formule van de retailers sterker wordt en zo de wensen van de shopper en consument optimaal worden bediend.

Antwoord: Van de 7,9 miljoen huishoudens zijn er 2, miljoen met drie of meer gezinsleden (29 procent), 2,6 miljoen tweepersoonshuishoudens (33 procent) en 3 miljoen éénpersoonshuishoudens (38 procent). Bron: CBS/2019

Amazon in Nederland

Amazon in Nederland

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is verschenen in de Foodpersonality van april 2020.

Na jaren van geruchten, is het begin maart zo ver: Amazon start met zijn Nederlandse webshop. Tijdens de coronacrisis is het een mooi moment om online te winkelen en de Amazon-shop uit te proberen. Ik heb hier hoge verwachtingen van: Amazon geldt alom als een aanbieder met een enorm assortiment, laagste prijzen en hoge servicegraad. Dus boodschappen doen bij Amazon.

Ik heb eerst een boodschappenlijstje gemaakt zoals ik dat welke week doe, met mijn vers en houdbaar erop, heb een account aangemaakt en ben aan de slag gegaan. Met vers ben ik snel klaar. Niet zo vreemd: Amazon heeft Amazon Fresh (de online boodschappendienst voor versartikelen) nog niet gelanceerd in ons land. Amazon biedt wél brood trouwens, het is ongekoeld, vacuümverpakt en moet nog afgebakken worden. Het is veertien dagen houdbaar en voor € 4,20 kun je kiezen uit verschillende broden. Dat is me te duur.

Dan naar het houdbare assortiment: bier, cola, chips van een aantal A-merken, dat is verkrijgbaar. Maar alleen in grote hoeveelheden, dus 24 blikjes. De prijs van een blikje cola is vergelijkbaar met ’s lands marktleider, maar dan hoef je er geen 24 te kopen, maar 6. Bier is ruim 25% duurder per blikje. 1,5-literflessen cola zijn niet verkrijgbaar. Flessen Spa Rood wel, maar deze zijn ruim twee keer zo duur als hier in de supermarkt. Conimex-kroepoek en -satésaus, 2,5 keer zo duur. Pindakaas, twee keer zo duur. Het beeld begint al te ontstaan: Amazon verkoopt een klein assortiment houdbare artikelen, in grote volumeverpakkingen (zoals 24 blikjes cola, maar wel het ‘consumentenformaat’-blikje van 330 ml) en vooral: tegen hoge prijzen. Trouwens, alle bier is alleen alcoholvrij. Geen alcoholhoudend. Tot slot naar de non-food. Daar vind ik be¬taalbaar toiletpapier in een redelijk normale hoeveelheid en tandpasta. Het wasmiddel is ook betaalbaar, maar de aanbieding bij de supermarkt is toch nog veel aantrekkelijker. Deo is weer de dubbele prijs van de supermarkt.

Uiteindelijk zitten er in mijn mandje 12 rollen toiletpapier voor € 2,91 en een tube Zendium-tandpasta. Dit blijken twee leveringen te zijn. De verzendkosten vallen me mee, € 2,49. De Zendium blijkt echter tijdelijk niet leverbaar. En voor een pak wc-papier een bestelbusje laten rijden, dat lijkt me niet duurzaam. Wel grappig is dat juist wc-papier ten tijde van de coronacrisis wel op voorraad is, en: betaalbaar

Formulebeloften

Op het gebied van levensmiddelen maakt Amazon haar formulebeloften nog helemaal niet waar: geen enorm assortiment, geen laagste prijzen.
Ik begrijp oprecht niet dat Amazon onder zulke omstandigheden van start is gegaan. En ik begrijp ook niet waarom A-merken van Unilever, Nestlé, Jacobs Douwe Egberts, Dr. Oetker, Coca-Cola en Friesland Campina hier willen staan voor te hoge prijzen en te grote hoeveelheden. Geen reclame. Is er dan niets goeds over te melden? Nou, er zitten wel een paar leuke producten tussen: bijvoorbeeld zo’n toren van 180 Chupa Chups-lolly’s en een doos met witte Snickers, lekker. Maar de omschrijving luidt 32 ‘grendels‘. Zou het de vertaling van het Duitse ‘Riegel’ zijn? Riegel betekent ‘reep’, ‘bar’ in de zin van candy bar, maar ook handgreep, deurklink of scharnier… Alexa, doe mij een grendel Snickers. Benieuwd waar mijn praatzuiltje dan mee aan zou komen.

Ook leuk is dat er bij het intoetsen van Heineken ook allerlei andere Heineken-attributen oppoppen: je kunt Heineken-glazen kopen en ‘Heineken-boeken’, een over de ontvoering van Freddy Heineken en de biografie over hem. De biografie kost als e-book € 11,99 en als paperback € 165,98. Nee, dat bedrag is geen typefout.
Ook de zoekfunctie werkt nog niet optimaal: als ik luiers intoets, krijg ik alleen katoenen luiers als resultaat. Als ik Pampers intoets, krijg ik wel het hele assortiment.

Zou de hoge service dan wel werken? Amazon Prime, het lidmaatschap van Amazon, wordt nu ook in Nederland aangeboden. Voor € 2,99 per maand bezorgt Amazon alles gratis bij je thuis. Dat is goedkoper dan bij de marktleider, waar je minimaal € 8 per maand betaalt, maar duurder dan bij Picnic waar je geen bezorgkosten betaalt. Bij Amazon Prime krijg je naast de gratis bezorging wel toegang tot films en tv-series, en je kunt Kindle-e-books lenen. Bij de films en series staan best veel bekende films, eigenlijk krijg je een soort Netflix cadeau. Andere services die we kennen van Amazon in Amerika als Amazon Family Subcribe (abonnementen en korting op luiers) worden hier nog niet aangeboden. Er zijn wel een aantal apparaten te koop met Amazon Alexa erop. Met Alexa kun je praten, vragen stellen, en vrienden bellen, een smart home maken, foto’s bekijken en recepten laten voorlezen.

Vreemde keuze

Waarschijnlijk zal Amazon de komende jaren nog het nodige verbeteren aan het boodschappen doen op Amazon.nl, wie weet begint het een keer met Amazon Fresh in ons land, maar nu is boodschappen doen via Amazon.nl nog verre van aantrekkelijk: te weinig assortiment, te vaak volumeverpakkingen en veel te duur. Ik kan als shopper Amazon moeilijk verwijten dat ik geen vers kan kopen als Amazon er duidelijk voor kiest om alleen (beperkt) dkw aan te bieden en Amazon Fresh voorlopig achterwege te laten. Maar je kunt ook zeggen dat Amazon hier een vreemde keuze maakt. De Nederlandse consument is gewend om bij AH, Jumbo, Picnic etc. online uit een zo volledig mogelijk supermarktaanbod te kunnen kiezen, van cola tot broccoli tot melk. Past dit huidige aanbod in deze vorm bij hoe de Nederlandse consument zijn boodschappen wil doen, zonder het vers van ‘Fresh’?

Amazon heeft best een enorme kans gemist. Het had in de coronacrisis, nu velen thuis zitten en er meer boodschappen online worden besteld, een vliegende start kunnen maken. Bijzonder dat dit bedrijf met die ijzersterke reputatie zo’n start heeft gemaakt als deze.

De automatiek van Boer Thijs

De automatiek van Boer Thijs

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is verschenen in de Foodpersonality van maart 2020.

Er is een nieuw soort boerderijwinkel geopend, in de vorm van een automatiek: Boer Thijs. In Ede, in winkelcentrum de Stadspoort, naast de Albert Heijn. Het ziet eruit als een houten boerenschuur, met pakken stro en een kip, en een plantje, om het boerderijgevoel op te roepen. Er is een grote, uitnodigende, open pui, waardoor je gemakkelijk naar binnen loopt. Het assortiment? Eieren, aardappelen, appels & peren, zuivel, kaas en ijs, honing, vruchtensappen en diepgevroren kippen- en rundvlees. Daarnaast hangen er posters die nieuwe producten aankondigen, zoals boerenijs en een nieuwe soort aardappelen.

Boer Thijs is ‘personeelloos’. De artikelen zitten in de ‘muur’, in kastjes zoals we die kennen van de snackautomatiek of automaten op stations. Via een display kun je het assortiment en de prijzen bekijken. Zodra je je bestelling ingetoetst en betaald hebt (met pinpas of contactloos), gaan de desbetreffende deurtjes open.
De vakken achter die deurtjes hebben verschillende temperaturen, het vakje met diepvriesvlees is ijskoud, dat met zuivel gekoeld, etc. Op een tafel ernaast staat een standaard met uitleg. Als er een deurtje niet opengaat, kun je twee 06-nummers bellen. Geen idee wat er dan gebeurt, bij mij werkte het gewoon.

Goedkoper dan bij de supermarkt

Hoe duur zijn de artikelen? De eieren zijn goedkoper dan bij de supermarkt.  € 1,99 voor 10 scharreleieren en
€ 2,20 voor 6 biologische eieren. Al snel een euro goedkoper per doos. Voor aardappelen geldt hetzelfde: minimaal een euro goedkoper. Boer Thijs biedt twee rassen, bildtstar en maritima, met daarbij de vermelding ‘vastkokend’ respectievelijk ‘kruimig’. Een belangrijke vermelding, omdat veel consumenten niet meer weten wat de eigenschappen van rassen zijn (ook doordat supermarkten allang op die andere uitleg over vastkokend versus kruimig zijn overgegaan). Ik zie ook een promotie: volle yoghurt. Maar ‘het actie-artikel’ is al op als ik er ben. Bovendien is niet alles voordeliger: de prijzen van fruit en kaas zijn vergelijkbaar met die van supermarkten.

Qua producten valt mij de honing op. Naast potjes honing kun je ook een hele honingraat kopen. Nog niet eerder gezien. Uitleg ontbreekt. Een gemiste kans, want als je niet weet wat het is of wat je ermee moet, ga je het ook niet kopen. Online lees ik naderhand dat je de honing soms inclusief honingraat kunt eten. Dat had Boer Thijs mij wel eens mogen vertellen toen ik ‘bij hem was’.

Uitleg over de artikelen ontbreekt wel meer. Jammer, want er is best veel over te vertellen. Boer Thijs meldt wel de herkomst van de producten: ik vind een brochure met stukjes over elke boer en zijn producten, en uitleg over het waarom van deze winkel (‘verbinden’ tussen consument en boer etc.). De artikelen komen grotendeels van boeren uit de omgeving Veenendaal, Renswoude en Lunteren. Grotendeels: want ik zie vacuüm-verpakte kaas. Oogt dus niet als ‘boerenkaas’. Het blijkt van Zuivelfabriek De Graafstroom te zijn, een boerencoöperatie uit Bleskensgraaf en omstreken. Dus zeker niet uit de regio. Maar wel: al drie jaar op rij uitgeroepen tot ‘de beste Nederlandse kaas’. Mooi zo. Maar dat zou ik dan op de verpakking beter tot uiting laten komen. Daar staat tegenover: ook supermarkten verkopen kaas van De Graafstroom. Dat verkleint het onderscheidend vermogen van Boer Thijs dus weer. Vlees, kip en rund zijn ingevroren; voor ‘de winkelier’ goed tegen de derving en voor de consument wellicht handig als voorraadartikel. De reden blijkt ook te zijn dat de boer maar eens in de zes weken kan slachten, terwijl de consument natuurlijk altijd vlees beschikbaar wil hebben. Maar voor de consument is diepvriesvlees niet de gemakkelijkste optie: eerst ontdooien. En de meeste porties zijn zo’n 500 gram, dus al snel erg veel voor een klein huishouden.

Van zonsopgang tot zonsondergang

Boer Thijs heeft zo her en der wat drempels: vlees alleen in diepvries, geen personeel vind ik juist geen probleem (misschien werpt dat voor anderen wel een barrière op), maar ik vind wel het assortiment beperkt. Er zouden meer producten bij mogen, bijvoorbeeld jam of groente. Daarnaast zou Boer Thijs meer onderscheidende, echt ambachtelijke of boerenproducten mogen bevatten. Dat zou me meer reden geven om hierheen te gaan als ik in de omgeving zou wonen. Verder zou ik de productinformatie eerder in digitale vorm presenteren.

Boerderijwinkels schijnen het goed te doen, hun gezamenlijke omzet groeit licht (over het jaar 2018, volgens het FSIN). Kennelijk zijn er genoeg consumenten die ‘bij de boer kopen’ als een welkome aanvulling op hun supermarktaankopen zien. Echter, de openingstijden van boerderijwinkels zijn vaak beperkt, de personele bezetting vormt een grote kostenpost en de ligging is meestal afgelegen, je moet er vaak apart naartoe rijden. Deze barrières heeft Boer Thijs ondervangen. De openingstijden zijn ‘van zonsopgang tot zonsondergang’, volgens de aankondiging op de deur, overeenkomstig het werk op het boerenbedrijf. Daarmee lijkt Boer Thijs in eigen voet te schieten, want ’s winters is de zon snel onder. Maar: ik was er ver na zonsondergang en hij was gewoon nog open, dus aan dat uitgangspunt is al voorbijgegaan.

Dit gaat natuurlijk nooit de supermarkt vervangen, maar het vormt wel een aardige aanvulling daarop. Je kunt in hetzelfde ritje naar die AH nog even langs Boer Thijs. Een goed gekozen locatie, lijkt me. Misschien biedt de leegstand in winkelcentra nog extra potentieel (als de huur niet te hoog is, vermoed ik).
Boer Thijs zou als aanvulling op de supermarkt kunnen fungeren, een leuk en sympathiek initiatief, tussen alle boerenstakingen en blokkades door. Gezien de discussie over hoe moeilijk boeren het hebben, kan de groep consumenten die zich daar wat van aantrekt, groeien. Maar wat mij betreft dan toch iets meer assortiment, graag. En als gezegd ook meer ‘echte boerenproducten’. Of het levensvatbaar is, gaat de toekomst ons leren.

Boon’s Pitstop in Rotterdam

Boon's Pitstop in Rotterdam

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is verschenen in de Foodpersonality van februari 2020.

Het is alweer ruim vijf jaar geleden dat Boon van MCD ging afwijken en zijn eerste Boon’s Markt opende, een testfiliaal in Vlaardingen. Afgelopen najaar begon Boon met een nieuwe formule, een gemaksformule voor stadscentra: Pitstop, in Amsterdam-Noord. Drie weken terug ging de tweede Pitstop open, in Rotterdam. Met Alfred en Ingrid van den Bos als het ondernemerskoppel hiervan.

Katendrecht is een schiereiland in Rotterdam- Zuid, aan de westkant van Kop van Zuid. Het is het afgelopen decennium ingrijpend gerenoveerd. Het is een opkomende, hippe wijk met onder andere de S.S. Rotterdam, maar ook de Fenix Food Factory (u weet wel, die markthal die vrij snel een alternatief werd voor ‘dé Markthal’). Als je naar de Brede Hilledijk rijdt, rijd je eigenlijk door één grote bouwplaats voor appartementenblokken, naast een paar oude garages en andere bedrijfjes. Ook rondom Pitstop wordt nog druk gebouwd.

Bij binnenkomst merk je meteen dat het gloednieuw is, ongeveer 240 m2 vvo, veel assortiment voor directe consumptie maar ook veel producten voor ontbijt, lunch of avondmaaltijd. Anders dan bij de andere stads-/gemaksformules als AH To Go, Spar City en Jumbo City, Coop Vandaag, etc. loop ik hier eigenlijk meteen tegen een meubel aan met speciaalbier en snacks. ‘Het beste Rotterdamse bier’, zie ik erboven staan. In het schap: speciaalbier uit Rotterdam, zoals Vet & Lazy en Kaapse, maar ook bieren van de Britse brouwer Brewdog. En naast het speciaalbier vegetarische snacks met een oosters tintje, van Florious, van Floor Trading.
Dat is meteen de opmaat naar de rest van deze winkel. Pitstop biedt bekende merken en producten, maar ook veel wat unieker en onbekender assortiment, vaak vegetarisch en vaak wat luxer. Bij de vleeswaren bijvoorbeeld vind je een beperkt assortiment (stadswinkel, dus beperkt assortiment), maar denk ook aan reguliere en toch ook luxe artikelen als vitello tonnato en filet americain met ei en ui van Ladessa.

Originele snacks

Er is een ontbijtschap met ontbijtbekertjes van Grünten, een havermoutproduct met groenten, om de consument meer groenten te laten eten op een dag. Bij ons thuis moesten we eufemistisch gezegd ‘nog een beetje aan de smaak wennen’. Hier vind je ook de ontbijt- en lunchproducten van het merk BloemCool.
Achter in de winkel is een uitgebreide bakkerij-afdeling, met brood maar vooral ook met veel originele snacks… brood gevuld met kipsaté, in een ovenschaaltje. En gehaktbrood. Opeens krijg ik trek! Lekker, dat brood met kipsaté. Ik neem beide ook mee, naderhand thuis bevallen die producten ook goed. Ze blijken van groothandel Ruud van Oers te zijn, uit Den Dungen; ‘vakmanschap zoals vroeger’, staat erbij.

Verder een kleine koeling met mooie vis, van de beroemde Rotterdamse visleverancier Schmidt Zeevis, met bijvoorbeeld gesneden plakjes tonijn en zeewier. Ertegenover een tapasmeubel, met de inmiddels overal in supermarkten gebruikelijke aanbieding ‘3 bakjes voor € 5’.
De laatste wand bestaat uit een lange rij koelingen, met gesneden groenten en vlees, zuivel en gekoelde dranken (water, fris, bier etc.)
De twee straten midden in deze Pitstop bevatten dkw, zodat het toch ook min of meer een minisupermarkt is. Maar het blijft een aanbod voor de kleine boodschappentrip. Geen kratten bier, natuurlijk. En de papieren zakdoekjes in het schap worden per pakje verkocht. Ja, inderdaad, wat moet een gemakswinkel met een pak van tien pakjes? Ook de kleine chipszakjes, die gewoonlijk in een verzamelzak zitten, worden los verkocht.

Voorbij de kassa kan ik nog een beker koffie pakken, die blijkt ook nog gratis te zijn, althans voorlopig. Waarschijnlijk een manier om klanten naar binnen te halen. Ik zou buiten een bord neerzetten met daarop ‘gratis cappuccino bij je aankopen’. Want het is nog wel wat rustig in de winkel. De winkel ligt tussen een metrostation en appartementen. Maar deze Pitstop staat hier eerder dan zijn complete marktgebied, ik bedoel: de omgeving moet nog iets verder afgebouwd worden om meer klanten zoals bewoners en passanten over de vloer te krijgen. Als de appartementencomplexen en het nog te bouwen hotel aan de overkant af zijn, zal dat wel loslopen, lijkt me.
Naast het koffieapparaat staat een magnetron. Direct opwarmen, handig, maar dat is dan alleen voor mensen die dat meteen warm meenemen naar kantoor en daar geen magnetron hebben? Ik kan in deze Pitstop nergens zitten om iets op te eten. Da’s wellicht nog ‘een kans’.

Eigen signatuur

Pitstop is een stadsformule met een eigen signatuur. Ja, het is net als AH To Go, Jumbo City, Spar City etc. gericht op impulsboodschappen, vergeten boodschapjes of de kleine trip voor ontbijt, lunch of diner. De verschillen zijn klein. Maar daar waar ik AH To Go meer op impuls gericht vind en Spar City met veelal de bekendere merken en producten meer gericht vind op de kleine boodschappentrip en impuls, vind ik dat Pitstop andere keuzes heeft gemaakt. Met een onderscheidend assortiment van versspecialisten.

Stel, ik zou hier in Rotterdam werken en ik zou kunnen kiezen tussen een Spar City, een Jumbo City, een AH To Go en deze Pitstop en zeg dat ze alle vier even ver lopen zijn voor mij; waar zou ik dan heengaan? Moeilijk te zeggen. Het onderscheidende aanbod zou voor mij een goede reden zijn om zo tussen 12.00 en 13.00 of aan het eind van de middag voor Pitstop te kiezen. Vooral als ik zin heb in een hartig gevuld of belegd broodje of lekkere vis. 

De digitale AH op Schiphol

De digitale AH op Schiphol


Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is verschenen in de Foodpersonality van december 2019.

Op het plein voor de ingang van Schiphol Plaza staat momenteel prominent wat Albert Heijn zijn ‘digitale winkel’ noemt. Deze stond een tijd voor het hoofdkantoor van Ahold Delhaize en was alleen toegankelijk voor personeel. Nu is de winkel opengesteld voor ‘gewone’ consumenten.

Het is een grote zeecontainer, met beeldschermen aan de zijkant en een glazen pui en deur. Als ik arriveer, zijn er een klant en twee AH-mensen binnen, van wie er een net vertrekt. Ik scan mijn bankpas, kan de deur openen en ga naar binnen. Binnen is het vrij krap. Aan de ene wand vijf meter koelingen, aan de andere wand twee stellingen van ongeveer een meter hoog. Nee, echt meer dan een container is het niet…. In de koelingen staan de hardlopers van een aantal to-go-categorieën, het ene deel is etenswaar, het tweede deel frisdranken. De stellingen links bevatten snacks, koek, kauwgom, chocolade en – zoals in elke winkel op Schiphol – stroopwafels.

Wat ik er kan kopen? Sandwiches, wraps, belegde broodjes (voorverpakt en semivers) en bakken druiven, sushi, bakjes fruitsalade, snoepgroente, yoghurt met muesli, knijpzakjes met zuivel en andere vulling, smoothies en ijskoffie, gekoelde flesjes frisdrank, water en waterbidons.
Links tussen de twee stellingen staat een tablet, waar je met vragen terecht kunt. Tenminste, daar hoort een beeld te staan met de meest gestelde vragen. De tablet doet het echter niet, er is volgens het apparaat geen internetverbinding. Ook de telefoon ernaast doet het niet. Als ik nu een probleem zou hebben, zou ik dan opgesloten zitten? Ik ben nu in een container met een medewerkster van AH – het is een testfase, en dus: niet onbemand. Maar als zij er niet zou zijn en er gaat iets niet goed, wat dan? (Gek is dat trouwens, zij en ik samen in die container – zij zal vast tegen elke nieuwe binnenkomende klant gedag zeggen. Het is in deze krappe ruimte onnatuurlijk om niks tegen elkaar te zeggen, net zoals in een lift.) Ik pak een paar artikelen, leg een deel daarvan weer terug en ga op de voetjes voor het afreken- scherm staan. De producten die ik nog in mijn handen heb, staan op het scherm. Ik druk op betalen en klaar, ik kan de winkel verlaten. Bij wijze van test besluit ik dat ik nog meer producten wil kopen. Ook dat kan, maar dan moet ik pinnen. Wat ik ervan vind? Fraai staaltje technologie, natuurlijk. Maar het assortiment is erg beperkt. Typische artikelen voor onderweg , maar geen verse broodjes en koffie, bijvoorbeeld – die koop ik zelf het meeste als ik onderweg ben. En duur: € 1,85 voor een flesje Spa Blauw (wel gekoeld). Je hoeft niet te scannen, dus het gaat snel, maar meer dan vijf klanten kunnen er denk ik niet tegelijk in. En als je dan met vijf man binnen bent, sta je alsnog in de rij. Dan valt het voordeel van snelheid en gemak weer weg. Gelukkig is het er niet druk als ik er ben.

Later lees ik in het persbericht van AH dat ik niet op de voetjes had hoeven gaan staan, maar dat je gewoon naar buiten kunt lopen. Dat had ik niet begrepen, op een groot scherm las ik ‘stap op de voetjes om je boodschappen te betalen’.
Eigenlijk staat er in die digitale AH vrijwel geen uitleg hoe het werkt, bedenk ik nu. Tot slot de naam: bij ‘digitale winkel’ denk ik aan een webwinkel. Deze AH is eigenlijk een grote ‘vending machine’ in een container, helemaal in zelfbediening.
Ik word natuurlijk door allerlei camera’s in de gaten gehouden, maar ik voel me niet op een akelige manier bekeken of ‘gevolgd’. Dat het een digitale winkel is, zie je aan de artikelen die verder dan gewoonlijk uit elkaar gepresenteerd staan. De angst die ik wel heb, is wat ik zojuist zei: dat ik opgesloten kom te zitten, of ik nog uit deze winkel kan komen als de techniek uitvalt. 

Het is er niet druk, zei ik. Dat komt, denk ik, omdat Schiphol Plaza vergeven is van winkeltjes en horeca waar je eten en drinken kunt kopen: twee AH To Go-vestigingen en een AH, een ‘foodcorner’ van Hema, een gewone Hema, La Place, Starbucks, Burger King, een pizzatent en dan ben ik er vast een paar vergeten. 
Zo’n AH To Go heeft twee tot drie keer zoveel assortiment. En ook koffie en broodjes! Even langs de zelfscan of zelfs ‘tap to go’ gebruiken en klaar. Kortom, er zijn veel passanten op Schiphol Plaza, maar er is ook veel concurrentie.

De digitale AH-winkel zou wel een uitkomst zijn als ’s nachts alle andere winkels op Schiphol Plaza gesloten zijn. Maar dan is deze container ook dicht: de openingstijden zijn van 8 tot 8. Ik kan alleen bedenken dat dat om veiligheidsredenen is. Thuis kijk ik nog even op de webpagina van de meest gestelde vragen: wat te doen als er iets niet klopt in het winkelmandje, wat als er iets stuk is in de winkel, wat als afrekenen niet lukt, privacy en wat als je vraag er niet tussen staat. De antwoorden lopen uiteen, maar eindigen meestal met ‘neem via de telefoon contact op met de klantenservice’. Natuurlijk, prachtig staaltje techniek, maar het is een test. En het voelt ook als een test. Vooral door het zeer beperkte assortiment.

Het gevoel dat me bekruipt, is: voor welk consumentenprobleem is deze winkel eigenlijk een oplossing? Wat mij betreft is het een oplossing voor een probleem dat er niet is. Geef mij maar ‘tap to go’ in een AH To Go: hoef je ook niet meer langs een kassa, maar je hebt wel veel meer assortimentskeuze. De snelle uitrol naar zestig vestigingen is nog niet waargemaakt, maar betalen met ‘tap to go’ kan al bij zeven AH To Go’s, ook bij die twee op Schiphol. Nee, ik hoef die container niet meer in.

Koekje bij de koffie, of toch maar niet?

Koekje bij de koffie, of toch maar niet?

Hoe om te gaan met de zoete productgroepen in supermarkten. Onze collega Tijn Bresser ziet hoe de discussie leeft in het vakgebied en schreef erover in de november editie van Supermarkt.team.

Met je tong kan je vijf smaken onderscheiden: zoet, zout, zuur, bitter en umami.
Zoet is een van onze favoriete smaken.
Waarom? Waarschijnlijk heeft het iets te maken met onze evolutie, maar daar ga ik nu niet verder op in. Het gevolg hiervan is dat klanten in de supermarkt graag zoete artikelen kopen. Zet de koekjes, snoep of chocolade goed in het zicht en de klanten stoppen ze massaal in hun winkelmandje.
Zoete productgroepen worden vaak de impulscategorieën of transaction builders genoemd. Zij worden door de supermarkt gebruikt om de klanten te verleiden iets extra’s mee te nemen. Als deze impulscategorieën gecombineerd worden met een leuk thema, zoals Halloween, dan vliegen ze de winkel uit. Traditioneel gaat succesvolle merchandising voor deze groepen maar om twee taken die in de winkel moeten worden uitgevoerd. Een goede navigatie door de producten in het zicht te zetten en daarnaast inspiratie om het aantrekkelijk te maken om ze te kopen.

Op veel hoofdkantoren speelt echter de discussie of we met deze zoete categorieën wel zo door kunnen gaan. We zien steeds meer overgewicht en de vraag of de supermarkt daar ook een verantwoordelijkheid in te nemen heeft, wordt steeds luider. Kan je het als supermarkt straks nog maken om je klanten maar te blijven verleiden met snoep, koekjes en chocolade? Moeten we niet proberen om dat impulsgedrag om te zetten in bewust aankoopgedrag?
Voor zoete impulscategorieën komt er een derde merchandisingtaak bij, namelijk educatie. Dat is best een uitdaging. Kan je als supermarkt de keuzes die iemand maakt, bepalen door bijvoorbeeld een leeftijdsgrens in te stellen of alleen artikelen aan te bieden zonder suiker? Direct
ingrijpen in het aankoopgedrag doen supermarkten liever niet. Ze willen niet het risico lopen dat ze klanten verliezen.

Supermarkten kunnen ook voor goede informatie zorgen zodat de klant zelf gezonde keuzes kan maken. Welke informatie heeft de klant dan nodig? Dat is veel lastiger dan je denkt en ik heb voor zoete categorieën nog geen goede oplossing gezien. Allereerst staat al jaren de hoeveelheid suiker op de verpakking en dit heeft geen effect gehad. Delhaize is nu gekomen met de Nutri- Score; een soort stoplichtsysteem met ‘A’ voor gezonde en ‘E’ voor ongezonde producten. Ik ben benieuwd of dat gaat werken, want volgens mij weet iedereen al dat een koekje ongezond is en dus de E-score heeft. Ik zie nog niet hoe dit mijn gedrag gaat veranderen.

De eerste Belgische Jumbo

De eerste Belgische Jumbo

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is verschenen in de Foodpersonality van november 2019.

Het viel niet te missen, op 6 november ging de eerste Jumbo in België open. Dus in de auto gestapt om een kijkje te nemen. bij Bergeijk de grens over en dan nog zo’n 12 km België in, naar Neerpelt, onderdeel van de gemeente Pelt. De wegen en huizen ogen meteen anders, maar: rijdend door Neerpelt zie ik een Gamma, een Kruidvat, een Blokker en een Action. Overal gele pijlen van ballonnen die de weg wijzen naar de Jumbo.

Vechten om een plekje

Op de parkeerplaats is het vechten om een plekje. Eenmaal binnen, kom ik eerst op de agf-afdeling, waar de bananen voor € 1,19 per kg aangeboden worden, en in grote stapels klaarliggen – dezelfde prijs als in Nederlandse Jumbo’s. De afdeling lijkt op die van een Jumbo Foodmarkt. Ik zie hier artikelen die ik niet uit de Nederlandse supers ken, zoals de tomatensoorten of -merken coeur de boeuf, kumato en san marzano. Maar ook onderdelen die ik juist wél van Jumbo Foodmarkt ken, zoals het ‘zelfscheptapasmeubel’, gezien in bijvoorbeeld die in Leidschendam.
Meteen daarna de afdeling ‘Verskeuken’. Sfeervol met een achterwand van groene tegeltjes. Met versbelegde pizza’s vanaf 4 euro, tussen 11 en 2 uur worden broodjes vers afgebakken en vers belegd en met verse maaltijden. De pizza’s worden hier niet afgebakken, dat moet je thuis doen. Aansluitend de slagerij, die hier vanzelfsprekend de Belgische term ‘beenhouwerij’ draagt. Met een stuk rosbief in de aanbieding: een kilo voor € 9,99. Ook liggen er stukken chateaubriand in het schap. Voor wie niet weet wat dat is – ik moest het ook even opzoeken – een malse runderbiefstuk uit één stuk voor meer personen (in het betere restaurant is het een gerecht voor twee). Met andere woorden, Jumbo begint in de Belgische markt met ‘bourgondische’ producten, wellicht zijn het wel echte ‘Belgische helden’. Bij dit vlees geeft Jumbo een zogeheten ‘100% mals- garantie’. Wie niet tevreden is, krijgt gratis een nieuw stuk of z’n geld terug.
Tegenover de slagerij is de visafdeling: geen vis op ijs, maar wel groter dan we in de meeste Jumbo’s zien, met ook wat extra producten zoals oesters. Daarna komen we bij de broodafdeling. Als je in de wagentjes van klanten kijkt, hebben ze vrijwel allemaal broodjes in hun mandje liggen, de ‘kies en mix’ van ovenverse croissants, keizerbroodjes, donuts en nog wat broodjes met vier stuks voor een euro: voor de Belgen onversmaadbaar.

Wijnen van veraf

Op veel plekken in de winkel kun je proeven, bijvoorbeeld de druiven en ook een stukje ham. Maar het leukste proeven is wellicht de wijn. In tegenstelling tot Nederland mag een winkel in België wel wijn laten proeven. Jumbo doet dat met een sommelier, en met het thema ‘wijnen van veraf’. Dat vind ik wel slim: Belgen drinken volgens mij meer wijn uit Europese landen dan Nederlanders, die net zo goed een Zuid-Afrikaan, Australiër, Chileen, Argentijn of Amerikaan opentrekken, dus pakt Jumbo uit met wijn uit dat soort landen. Ik kan rode of witte wijn in drie soorten proeven. Sta ik hier rond twaalf uur al aan de wijn, zeg. Alle drie deze wijnen zijn ‘tweede fles halve prijs’ en dat verleidt mij genoeg om van één soort twee flesjes mee te nemen. Ik zie ook een andere wijnpresentatie dan in de Nederlandse supers, AH, Jumbo, Plus etc. delen ‘bij ons’ in op smaak, maar hier houdt Jumbo het land van herkomst aan, ‘de oude manier’. Ook hier weer ‘producthelden’. de chateauneuf du pape valt me vooral op.

Prijssignalen

Hoewel Jumbo in België niet de laagsteprijsgarantie claimt, omdat Colruyt dat al doet, geeft Jumbo wel geregeld sterke prijssignalen af. Ik ben zelf niet heel prijsbewust, maar € 3,89 voor 1 liter Jumbo-olijfolie extra vierge klinkt me wel laag in de oren, zeker als dit de vaste lage prijs is. Als ik naderhand naar de AH in dit dorp ga, zie ik een soortgelijke, van het AH-huismerk: ruim een euro duurder.
En dan afrekenen. Pokkedruk, zo’n openingsdag: rijen tot halverwege de winkel, volle karren. Het aantal kassa’s is vandaag te klein. Personeel met zelfscanapparaten helpt klanten afrekenen. Ha! Als klant tijdens de openingsdag krijg ik ook nog een gratis chocoladetaart mee.

Daarna nog een rondje supermarkten in Neerpelt: AH, Delhaize en Colruyt. Eerst langs de Albert Heijn om de hoek; lijkt verdacht veel op een Nederlandse AH. hé, zie je wel? Wijn op smaak, van stevig tot soepel. Dan Colruyt met z’n basale betonnen vloeren en hoge stellingen, met daarin wel goede producten voor een scherpe prijs. Opvallend: Colruyt heeft op de elektronische prijskaartjes in rood de prijsverlagingen vermeld, soms met de omschrijving ‘reactie concurrent’. Kortom, het lokale prijzenslagje is al begonnen. De Lidl en de Alvo nog bezoeken: nee, dat red ik niet meer.

Kortom

Wat ik van de nieuwe Jumbo in België vind? Een echte Jumbo, met een stukje traiteur erin en aanpassingen voor de Belgische markt. Zonder de Foodmarktelementen als het Foodcafé of La Place-restaurant, pickuppoint of die module met gebakken vis, maar wel met andere onderdelen uit de Foodmarkt: de agf-aankleding, belegde pizza, zelfscheptapas etc.
En wordt dit nu een prijzenslag?
Nou heeft Neerpelt best veel supermarkten: Jumbo, AH, Colruyt, Delhaize, Lidl en een Alvo, op 16.000 inwoners. Maar de gemeente Pelt 32.000: als geheel Pelt het met die supermarkten moet doen, dan is het aantal consumenten groot genoeg om voor alle zes genoeg omzet op te leveren.
Vergeleken met de andere die ik bezocht heb, is de nieuwe Jumbo wel de mooiste van Neerpelt. Dat is vaak zo, de nieuwste is meteen weer de mooiste.

Van Bieren, bierwinkel en -platform

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is verschenen in de Foodpersonality van oktober 2019.

In Utrecht aan de Nachtegaalstraat zit een bierwinkel met de naam ‘Van Bieren’. Meer dan 400 verschillende speciaalbieren, zowel lokaal, als internationaal, van bekende tot moeilijk verkrijgbare biertjes, van flesjes en blikjes tot vers getapt bier en cadeauverpakkingen.
Deze bierwinkel is een initiatief van Joost Jan Kinds, Jeroen Welten en Henriëtte van Looveren, die hiervoor (onder andere) respectievelijk bij C1000, Diageo en Beiersdorf werkten.

Allereerst de winkel. Die staat vol met speciaal bieren. Van ‘van zo dichtbij mogelijk’, bijvoorbeeld ‘gewoon hier’ uit Utrecht, tot speciaalbieren uit Amerika en zelfs Afrika.
Op de toonbank staat een tap waar ‘vers’ bier getapt wordt, in flessen van 0,75 liter. Je vindt hier natuurlijk allerlei soorten bier, van blond tot IPA, en nu in het seizoen bokbier, maar ook bijvoorbeeld bieren die op eikenvaten gerijpt zijn. En ook alcoholvrije en laag-alcoholische speciaalbieren. Waarom? Omdat de bierliefhebbers die bij Van Bieren klant zijn, ook naar alcoholvrije varianten vragen.

Ik raak in gesprek met de drie initiatiefnemers. Nou gebeurt dat wel vaker als ik in een winkel rondloop en aantekeningen maak, maar in dit geval wordt dit toch wel anders dan wat ik gewoonlijk doe. Gewoonlijk doe ik een indruk op van een winkel of een site en probeer ik voor mezelf (en voor deze rubriek) een antwoord te krijgen op de vraag waarom ik er klant van zou willen zijn, of waarom juist niet. Maar nu word ik gaandeweg mijn bezoek een soort interviewster van Van Looveren, Kinds en Welten. Zij vertellen van alles, het wordt een soort rondleiding.
Goed dan. Hoe krijgen Kinds, Welten en Van Looveren een optimaal assortiment? Zij zeggen Untappd te gebruiken, bijvoorbeeld. Een app waarop mensen de smaak van verschillende bieren beoordelen. Hier wordt het leuke lokaal gebrouwen bier gescheiden van de bieren van brouwers die voortdurend een zelfde kwaliteit weten aan te houden.

Echter, een bierwinkel alleen bereikt maar een klein publiek. Achter de schermen van deze bierwinkel heeft het drietal een platform voor lokale speciaalbieren ontwikkeld. Een platform dat vraag en aanbod samenbrengt van lokale bieren en horeca-ondernemers en slijterijen. Dus, als een kroeg in Groningen een biervariant uit Rotterdam wil voeren die zijn groothandel niet in het assortiment heeft, kan hij het bij Van Bieren bestellen (vandaag besteld, morgen binnen, is het uitgangspunt). De bezorging gaat via PostNL. Voor lokale brouwerijen moet Van Bieren een uitkomst zijn, want zo hoeven ze niet bij heel veel grossiers opgenomen te worden, en het voorkomt dat er te veel bier op verschillende plekken op voorraad staat en er mogelijk tht-problemen ontstaan. Het scheelt ook veel verkoopactiviteiten. Daar heeft een kleine brouwerij vaak maar weinig tijd voor, en vaak ook niet de nodige expertise.

Van Bieren doet de verkoop en distributie van zo’n 35 brouwerijen en dat aantal stijgt, krijg ik te horen.
Maar niet alleen lokale brouwerijen kloppen aan bij Van Bieren. Ook Swinkels Family Brewers, voorheen Bavaria genoemd, dat voor 51% eigenaar is van het populaire Ethiopische bier Habesha, gebruikt Van Bieren voor de distributie van dat Ethiopische merk. Het bier wordt in Nederland verkocht, maar Van Bieren doet ook de export naar verschillende landen zoals Frankrijk (met de juiste accijnsafdracht en verzending naar de afnemers). De omzet van het platform is afgelopen jaren goed gegroeid, aldus het drietal. Zozeer dat zij momenteel naar investeerders zoeken.

Het klinkt alsof Van Bieren daarmee vergelijkbaar is met Beerwulf (met Heineken als grote partij erachter) en Bier & Co (dat inmiddels door Swinkels Family Brewers is overgenomen). Alleen, de bierwinkel is ‘business to consumer’, maar het bierplatform niet, dat is business to business. Dat is wel een verschil met Beerwulf en Bier & Co. Afnemers kunnen bij Van Bieren zelfs moeilijk verkrijgbare bieren vooruitbestellen. Bijvoorbeeld, als je van tevoren laat intekenen op speciaal gebrouwen partijen, die jij als klant dan graag wilt hebben omdat je daarmee hoopt iets bijzonders op de kop te tikken. Voor zo’n brouwer is dat ook een voordeel, die kan dan van tevoren al zijn afzet inschatten.

Van Looveren, Kinds en Welten denken nog over andere mogelijkheden, zoals een platform voor bijzondere frisdranken of bijzondere sterke dranken. Die dan samen met het speciaalbier in een mandje komen en in één keer geleverd en gefactureerd kunnen worden.
Jammer eigenlijk, dat Van Bieren niet aan de consument levert. Maar waarschijnlijk zou dat het businessmodel aantasten. Nu heeft Van Bieren nog altijd zakelijke afnemers als klant, met een hoger bestelbedrag, en dat bevordert de rentabiliteit.
En de diehard-bierzoeker, die kan nog altijd gewoon naar de winkel komen.

De saladebar bij Albert Heijn Foodplaza

De saladebar bij Albert Heijn Foodplaza

Evelyn van Leur, partner bij de Category & Trade Company, bezoekt een supermarkt of levensmiddelenwinkel en kruipt in de huid van de weldenkende shopper. Deze column van Evelyn is verschenen in de Foodpersonality van september 2019.

Het was een klein berichtje, midden in de vakantietijd: Albert Heijn start met een test van een saladebar in de Albert Heijn ‘Foodplaza’ in Amsterdam. Dat is de AH pal achter het Paleis op de Dam en naast Magna Plaza. Bij deze test werkt AH samen met Foodmaker.

Eerst iets meer over Foodmaker: Foodmaker is een Belgisch bedrijf, van ondernemer Lieven Vanlommel, uit Westerlo. In België is het een groot bedrijf. En met enige historie ook, de overgrootvader van Vanlommel verkocht al groenten, ‘Lieven’ is de vierde generatie. Maar hij doet dat wel op zijn eigen manier: ‘making killer salads, since 1925’, staat op de homepage van de website.
Foodmaker is niet alleen salademaker, maar ook retailer: het heeft een aantal eigen vestigingen in België, ook een in Parijs, maar voor wie benieuwd is en Parijs wat te ver vindt: ook een in Den Haag. Foodmaker werkt al een jaar of tien samen met Delhaize op het gebied van salades en heeft sinds eind juni in de Delhaize-supermarkt in de Stadsfeestzaal van Antwerpen een saladebar.
De komende tijd zal er in meer Delhaize-supermarkten een saladebar komen. En daarnaast is er in de Delhaize in Nijvel een nieuwe corner: het Fresh Atelier, een counter bij binnenkomst in het teken van ‘food to go’, ook in samenwerking met Foodmaker. Die Delhaize in Nijvel werd vorig najaar heropend en gold als de nieuwe pilotwinkel van Delhaize. Nou, gezien die jarenlange samenwerking is Foodmaker natuurlijk via Ahold Delhaize bij Albert Heijn binnengekomen. Maar eens een kijkje nemen bij die AH Foodplaza.

Dit is een enorm grote en drukke Albert Heijn, vol met toeristen en passanten. Naast de gebruikelijke elementen van wat we allemaal wel van Albert Heijn kennen, ligt er ook veel nadruk op kaas, stroopwafels en andere typisch toeristische items. En deze Albert Heijn heeft nog een Bakery Café en een Deli Kitchen. Deze afdelingen worden volgens de media binnenkort omgedoopt tot Allerhande Café en Allerhande Kitchen.

Goed. De saladebar. Bij de ingang in de AH Foodplaza zie ik meteen Bakery Café en de saladebar. Naast de koffie, vers belegde broodjes en pizzapunten van Bakery Café staat een klein compact meubel, waar je salades kunt scheppen in een ‘small, medium of large’- bakje. ‘Vul zelf je saladebowl!’. Ik zie eigenlijk niet meteen dat het een samenwerking is met Foodmaker, hoewel dat wel vermeld staat: ‘Foodmaker, exclusief bij Albert Heijn’. De salades kosten € 2,99, € 4,99 of € 6,99 (small, medium, large) en je schept je salade in een bruin kartonnen bakje. Je kunt kiezen uit zes salades, stukjes kip, kerstomaatjes, hummus en drie soorten dressings.
Ik ben er vlak na de lunch en het is goed uitverkocht. De bakken van de salade-ingrediënten hebben allemaal nog maar een bodempje over. Maar er zit nog genoeg in voor een portie voor mij. Dekseltje erop en afrekenen. Eigenlijk heb ik nog weinig van zulke saladebars in Nederland gezien, en zeker niet in zelfbediening. Ik ken het van Engeland, daar zie je in grote steden Tesco’s en Sainsbury’s dit ook presenteren, zeker als die in een marktgebied zitten met veel kantoorklanten eromheen, en waar soortgelijke presentaties na de lunch ook altijd net zo leeggeplunderd zijn als hier. En ergens verrast het me ook dat dit bij Albert Heijn is. Albert Heijn heeft weliswaar AH To Go voor gebieden met veel passanten, maar los van AH To Go zet AH doorgaans toch iets minder in op directe consumptie dan bijvoorbeeld Jumbo, Spar of Coop met hun formulevarianten Jumbo City, Spar City en Coop Vandaag.

De grootste verrassing? De smaak. De salade is ongekend lekker. Ik heb toch echt wel aardig wat salades gegeten in al die jaren, en ik ben ook een echte salade-eter, maar dit is boven verwachting. Daarvoor wil ik dan toch de credits aan Foodmaker geven. Ik weet niet wat Vanlommel en zijn Foodmaker-collega’s met de kruiding of ingrediënten gedaan hebben, maar de salade heeft erg veel smaak. De kreet ‘we do magic with veggies’ wordt wat mij betreft helemaal waargemaakt. En hoe Engels ook allemaal, de Belgische roots zie ik terug in de woordkeuze van de claim: ‘zonder bewaarmiddelen’ en smaakstoffen.
Het Food Atelier, het food-to-go-onderdeel van Foodmaker in enkele Delhaize-supermarkten, heeft een nog wat duurzamere component: van de salades die overblijven, worden de volgende dag sappen en soepen gemaakt. Benieuwd of dat hier ook geldt. Mijn conclusie is: de saladebar is een aanwinst voor de klanten die hier in deze AH Foodplaza geregeld aankopen doen (en voor de toeristen). Het Het is vernieuwend, lekker en – neem ik aan – gezond.

Ik hoop daarnaast dat deze test heel succesvol uitpakt, zodat het niet tot Amsterdam beperkt zal blijven en dat al die lekkere salades zich in allerlei AH’s als een vlek overal in ons land zullen uitbreiden. Want tot nu toe mis ik vernieuwingen als deze in de vestigingen buiten de vier grote steden. Wat mij betreft: begin er maar mee in Amersfoort, dan kom ik eraan.